Op kerstavond kwamen de kinderen eten.
De kinderen met partners en de kleinkinderen.
De grote tafel gedekt.
Mijn vrouw had kip à la Gaëtane gemaakt.
Vooraf een potage broccoli,
daaraan vooraf de jonge borrels,
de watertjes, de sapjes en wijn.
Daaraan vooraf wat toastjes,
die mijn oudste zoon thuis hoogstpersoonlijk
had voorbereid.
Met die toastjes was iets verdachts.
Hij zei nog: "De paté is wat kruidiger geworden
dan de bedoeling.
Na twee toastjes keek ik scheel,
er trok iets krampachtigs door mijn darmen.
Tijdens het eten werden mijn ogen glazig,
niet alleen van de in rondjes rennende kleinkinderen,
maar de combinatie paté, jenever, broccoli,
kip à la femme, koffie, braken mij op.
Zat als een sneeuwpop aan tafel,
doodstil
omdat elke beweging in mijn maag
meer geluid teweegbracht
dan het gezellige gebabbel om mij heen.
Toen iedereen weg of naar bed was,
ben ik gebogen als een boemerang
naar de badkamer geslopen
en daar begonnen aan een reeks maaglozingen
waar maar geen eind aan wou komen.
De volgende dag om 11.00 uur stopte de stroom.
Heb een dag in bed gelegen om te bekomen
van een heilige avond en een vrolijke kerstdag.
Gisteravond kwam er een vriendin voorbij
rillend en diep weggedoken in haar winterjas.
"Hebben we nog wat paté?" vroeg mijn vrouw.
Jazeker, grijnsde ik.
Tien minuten later hoorde ik vanuit de vriendin
een vertrouwd geluid,
gevolgd door een besmuikte sprint van haar
naar de wc.
L’histoire se répète.
Heerst de winter buiten,
heerst binnen de griep der buiken.