Model
maandag 26 januari 2009

Model

Las laatst een stukje over het ‘huwelijk zonder hobby’.
Moest denken aan een buurman die wij ooit hadden.
Jarenlang had hij gesleuteld aan een schaalmodel
van een oude Hollandse molen.
Toen het miniatuur af was,
was het met wiek en al
een halve meter hoog,
ramen, deuren, mini molenaartje,
alle originele fragmenten tot in de kleinste details,
een ‘buurmanswerk’.

 

Ieder vrij moment dook hij zijn schuurtje in
om aan zijn model te knutselen.
Zag je hem niet, dan wist je waar hij was.
Dat model was zijn vrijbrief.
Het moeten werken zorgde ervoor
dat hij legitiem
uit de buurt van zijn vrouw kon blijven,
hun huwelijk was dodelijk.
Heb zijn vrouw in al de 16 jaar dat wij buren waren
alleen maar zien hoofdschudden.
Maar ze hadden God, zoals zoveel mensen, beloofd
in voor- en tegenspoed bij elkaar te blijven.

 

Zo af en toe wipte ik bij hem langs
om zijn vorderingen te bewonderen.
Meestal nam ik dan een halve liter jonge jenever voor hem mee,
die we ter plekke zwijgend soldaat maakten.
Op de dag van onze verhuizing naar een dorp even verderop,
stond de buurman met zijn vrouw bij ons op de stoep
met een in pakpapier verpakt cadeau
van een halve meter.
Wist niet wat te zeggen,
de buurman met een brede droevige grijns,
de buurvrouw met een schuddend hoofd.

 

In ons nieuwe huis aangekomen ging de telefoon.
De buurman had de dag na ons vertrek
een hartaanval gekregen.

 

Op zijn begrafenis pinkten wij een traantje weg
en de buurvrouw …

Het vermoeden
donderdag 22 januari 2009

Het vermoeden

(over een TV-moment)

 

De buurvrouw noemt hem de lachende Boeddha.

Ik bezit hetzelfde beeldje en heb altijd gedacht

dat het een huilende Boeddha was.

De mevrouw die hem mij verkocht

toonde dat op zijn rug een menselijk gelaat is te zien

en aan zijn zijkant een foetus van een mensenkind.

Je kunt hem van alle kanten bekijken.

Hem aaien is ook fijn,

want hij is zo rond en van zacht hout.

Je kunt er je hand zo passend overheen leggen.

Vroeger nam ik op advies van mijn moeder

m'n popje mee naar school

als de wereld me te machtig was.

 

Vandaag uit voorzorg m'n houten beeldje.

Het heeft gevroren en de Ankeveense Plassen zitten dicht.

Er mag niet geroeid worden,

want dan gaat de Vermoeden-boot stuk.

Herman vindt dat niks erg.

Hij wil naar binnen.

Vertellen.

Overlopen van melk en honing.

Hij wil het over de Rechten van het Kind hebben.

Zijn heilige tekst komt uit het Lucas-Evangelie.

Over kinderen die een aai van Jezus willen,

maar dat de discipelen dat niet goed vinden.

Herman heeft zijn gitariste meegenomen,

de weergaloze Edith Leerkes,

want hij wil ook iets zingen.

Het is een tekst van Selma,

een jong joods meisje.

Doodziek op haar brits

in een Duits kamp schreef ze

haar stille dagboek.

Herman heeft daar liederen van gemaakt.

En terwijl Edith haar tovergitaar al zachtjes stemt,

vertelt hij over Selma en haar Duitse teksten.

Achttien jaar, wetend wat haar te wachten stond.

Beseffend dat ze "overbodig" was.

Bij dat woord "overbodig" hou ik het niet meer.

Mijn hand zoekt toevlucht onder de tafel

naar de kromme houten rug van het beeldje.

Ja, voel je, hij huilt.

Wat kan hij anders doen?

 

Annemiek Schrijver

(Van haar site geplukt)

Paté
maandag 19 januari 2009

Paté

Op kerstavond kwamen de kinderen eten.

De kinderen met partners en de kleinkinderen.

De grote tafel gedekt.

Mijn vrouw had kip à la Gaëtane gemaakt.

Vooraf een potage broccoli,

daaraan vooraf de jonge borrels,

de watertjes, de sapjes en wijn.

Daaraan vooraf wat toastjes,

die mijn oudste zoon thuis hoogstpersoonlijk

had voorbereid.

Met die toastjes was iets verdachts.

Hij zei nog: "De paté is wat kruidiger geworden

dan de bedoeling.

Na twee toastjes keek ik scheel,

er trok iets krampachtigs door mijn darmen.

Tijdens het eten werden mijn ogen glazig,

niet alleen van de in rondjes rennende kleinkinderen,

maar de combinatie paté, jenever, broccoli,

kip à la femme, koffie, braken mij op.

Zat als een sneeuwpop aan tafel,

doodstil

omdat elke beweging in mijn maag

meer geluid teweegbracht

dan het gezellige gebabbel om mij heen.

 

Toen iedereen weg of naar bed was,

ben ik gebogen als een boemerang

naar de badkamer geslopen

en daar begonnen aan een reeks maaglozingen

waar maar geen eind aan wou komen.

De volgende dag om 11.00 uur stopte de stroom.

Heb een dag in bed gelegen om te bekomen

van een heilige avond en een vrolijke kerstdag.

 

Gisteravond kwam er een vriendin voorbij

rillend en diep weggedoken in haar winterjas.

"Hebben we nog wat paté?" vroeg mijn vrouw.

Jazeker, grijnsde ik.

Tien minuten later hoorde ik vanuit de vriendin

een vertrouwd geluid,

gevolgd door een besmuikte sprint van haar

naar de wc.

L’histoire se répète.

Heerst de winter buiten,

heerst binnen de griep der buiken.

Welvingen
maandag 12 januari 2009

Welvingen

voor Sara Kroos

 

De nieuwe intifada, de papaver oorlog in Afghanistan

de zwarte potentaten in Afrika, de recessie, aids,

dat zijn grote problemen.

Kleine problemen zijn: ik krijg borsten.

Ben 63 jaar, kaal

en krijg alsnog heuse borstjes.

Het was me nog niet opgevallen.

Mijn ogen gleden vanochtend tijdens het scheren

via de spiegel naar beneden.

Zag ik plots 2 prille verworvenheden.

Had mijn lichaam zoals het is

allang geaccepteerd.

1.80 m Hollands vlees en botten,

alles op de juiste plaats,

84 kg prima verdeeld.

Geen marathonloper, geen voetballer,

het lijf van een gezonde wandelaar.

Niet te licht, niet te zwaar,

nog buik-vrij,

conditie als een paard.

Maar met mijn nieuwe borsten wordt nu alles anders.

Met deze verandering heb ik helemaal geen rekening gehouden.

Weet niet of ik blij of treurig moet zijn.

Eerlijk gezegd: het misstaat me niet,

maar het is ook niet echt nodig.

Overweeg geen borstverkleining.

Zo’n ingreep zag ik laatst tot mijn verbijstering op de tv, horror.

Ik ga het als een volwassen man dragen, ze koesteren.

Zal ze niet onder stoelen of banken steken

en er ook niet overdreven mee pronken.

Het is zo en niet anders.

 

Het heerlijk moment is aangebroken:

ik ben eindelijk een man, ik heb borsten.


Ga het nieuwe jaar in als een waardig

Hermanphrodite.

 

En wens u een gelukkig nieuwjaar.
woensdag 31 december 2008

Op de plek

Vertaalde voor u

vrij uit het Duits

een gedicht van de joodse dichter

Jehuda Amichai

waaraan ik moest denken

toen ik vanochtend de krant las

en een foto zag

van een meisje,

platgedrukt tegen een hek,

op de grens van Egypte,

in wat men de Gazastrook noemt.

 

Op de plek

daar waar we gelijk hebben,

zullen in het voorjaar

nooit bloemen groeien.

 

De plek

daar waar we gelijk hebben,

is vertrapt en hard

als staal.

 

Twijfel en liefde

vrolijken de wereld op

zoals een mol

een ploeg.

 

En een fluisteren wordt hoorbaar

op de plek

waar dat huis stond

dat verwoest werd.

Sneeuw
dinsdag 2 december 2008

Sneeuw

De neerslag van in de dampkring beneden het vriespunt

afgekoelde gekristalliseerde waterdeeltjes

heeft het dak van de Oude Kerk wit geschilderd.

Een waterig zonnetje

doet de kopergekleurde wijzerplaat van de kerkklok

flauw oplichten.

De bomen links en rechts van het Gods huis

staan er bij als stoere witte wachters.

Rook stijgt op uit de schoorsteen

van de kosterwoning.

Een plaatje, als een ouderwetse ansichtkaart.

Hoef er alleen nog

‘Vrolijk Kerstmis en een gelukkig nieuwjaar’

onder te schrijven.

 

In de ochtendkrant staat ook een plaatje.

Een foto van de met sneeuw bedekte

reuze pieken van een afbrokkelende gletcher

op Groenland.

 

In 2007 heeft het tempo

waarmee het zomerijs op de Noordpool verdwijnt

de zwartste voorspellingen overtroffen.

Het probleem van de globale opwarming

hebben we alleen nog maar in onze verbeelding aangepakt.

Echter: de feiten liegen er niet om.

Niets doen blijkt onbetaalbaar.

 

Stel je voor:

kijk je van Venus naar de aarde,

dan kun je zien

hoe onze planeet in het zonlicht baadt.

Zul je moeilijk kunnen geloven

dat wij hier denken,

een energieprobleem te hebben.

Hoe zijn we ooit op het idee gekomen

onszelf te verhitten en te vergiftigen

door energie uit fossiele brandstoffen en plutonium te halen?

Terwijl zonlicht op een constante stroom naar ons toe komt,

in een stralende regen van fotonen.

 

Kijk naar de witte wereld om ons huis

die zo echt is als mijn hand.

Verre van virtueel.

Sneeuw, zo weet ik ook,

dat door de zon weer zal verdwijnen.

Datzelfde zonlicht

dat er ooit voor zal zorgen, dat wij

- zij het met verdomd veel pijn -,

dit “godsgeschenk” zullen gaan waarderen

en gebruiken.

 

Laat er licht zijn.
Koeren
dinsdag 25 november 2008

Koeren

Ik tel op het grasveldje
52 bosduiven.
Misschien is er een vergadering.
Ze stappen met hun schokkende nekjes
deftig door elkaar.
Zo af en toe
pikken ze wat onzichtbaars
uit het gras
of vliegen naar wat verderop.
Landen tussen wat oude bekenden
of bosduiven van vroeger.

 

Ze koeren over wat?
Over grote zaken?
Het stijgen van de zee?
Het verdwijnen van de bossen?
Of over dat je bij de C&A
nu ook ondergoed van biologisch katoen
kunt kopen?
Of koeren ze over scharreleieren?
Of waar het kernafval naar toe moet?
Over rode kool?
Of debatteren ze onder elkaar
over bouwplannen in het grote meer?
Over food versus few?
Over symptoombestrijding
en het aanpakken van structurele oorzaken
in tijden van voedselschaarste?
Of over zaken met betrekking tot
de toepassing van waterstof en brandstofcellen?

 

Waar koeren zij toch over als ze zo koeren?
Over voetbal, pepernoten,
wat te denken van de kerst,
hoe fout is jouw gemeente
of over de “Groene Zeepbel”-award.

 

Of
- en dat is duiven om de donder niet vreemd -
over elkaar?

 

We zullen het nooit weten.
Want in geen lespakket,
op geen school zit “Koers”.
En dat is, denk ik, goed zo.

 

Je moet niet alles willen weten.

 

Waar blijft dan anders fascinatie?

Wannes Van de Velde
zaterdag 15 november 2008

Wannes Van de Velde

Met Wannes Van de Velde* stierf een held van mij.
Een man van wie ik altijd wist
dat hij ergens in kroeg of plaats,
op planken of in hof,
het lied zong van de waardigheid.
“Être digne de vivre”,
het deed goed dat te weten.
Ik wou zijn vriend wel zijn.
In januari 2000 schreef hij op de tijdsnede:

 

Ik ben moe,
voel het zelfs aan mijn stem,
en dat is echt uitzonderlijk.
Ik heb zeven keer gezongen op negen dagen tijd.
De muziek eist veel van me
al maanden lang,
en dat bekoop ik nu.
Ik ben op zoek naar een rust
die ik dan wel nodig mag hebben
maar die ik niet vind.
Misschien wordt ik oud.
Of heb ik de lucht van een andere omgeving nodig,
eenzaamheid,
weg van het wereldje
waar luchtbakkers de dans leiden?
Wie ze zijn doet er niet toe.
Het gaat om het klimaat
van zelfingenomenheid
dat mij weinig of niets te vertellen heeft.
“We are the winners”!
Ik niet.
Ik acht het in een maatschappij
als de onze nog altijd beter te verliezen,
en dat kan best met de glimlach.
De clown?
Ik heb nog nooit een clown zien glimlachen,
maar laten we zeggen:
we verliezen met de onzichtbare glimlach van de clown.

 

Wannes Van de Velde,
hij ruste in vrede.

 

 

*Wannes van de Velde, (Antwerpen 1937-2008), was naast een alom geprezen zanger en muzikant ook beeldend kunstenaar en schrijver.

Ridder
maandag 10 november 2008

Ridder

Ben koninklijk bevorderd door een heuse minister.

Nu Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Sta er mooi op.

Wil graag iedereen bedanken

die mailtjes, briefjes, faxen, cadeautjes,

opvallend veel jonge jenever

en bloemen stuurden.

Ons huis heet deze dagen niet langer Hofstede Het Klooster,

maar Kéukenhof Het Klooster.

Zo grijs het buiten is,

zo kleurrijk is het binnen.

 

We genieten geweldig van onze voorstellingen in Carré.

Kunnen het haast niet geloven.

Zo veel mensen.

Al die gezichten.

Dat dit altijd duren mag.

vrijdag 31 oktober 2008

Gisteren - Een ontmoeting met de pers

Een handvol journalisten was aanwezig bij de persconferentie die Harlekijn Holland, Universal Music en het Koninklijk Theater Carré hadden georganiseerd ter gelegenheid van drie heuglijke feiten: Herman van Veen en Erik van der Wurff staan 45 jaar samen op het toneel, Harlekijn Holland wordt 40 jaar, Herman en Erik spelen vanavond voor de vierhonderdste keer in Carré.

 

Erik van der Wurff vertelde, hoe de samenwerking met Herman van Veen tot stand gekomen was. In september 1963 begon hij zijn studie op het conservatorium in Utrecht, niet zozeer om te leren hoe je binnen de bestaande kaders van het conservatorium met muziek bezig kon zijn, maar wel omdat er op het conservatorium muziek ontstond. Tijdens de ontgroeningsweken viel hem al meteen een jongeman op, die de pauken bespeelde alsof het conga’s waren. Die jongeman was Herman van Veen, die aan zijn tweede jaar op het conservatorium begon. Met nog een paar andere "dissidenten" gingen ze aan de slag, op zoek naar uitdagingen en nieuwe wegen binnen de muziek. Die ontdekkingsreis ging na het eindexamen op het conservatorium als vanzelfsprekend verder, en er ontstond het idee om eens een jaar te gaan proberen of ze met optredens de kost konden verdienen. Daarna ontstond het idee om het nog eens een jaar te gaan proberen. En na twee jaar optreden met elkaar bleek het al moeilijk om een gezamenlijk verleden zomaar vaarwel te zeggen. Dus ze doen het zodoende nog steeds.

Om dat zo lang te kunnen blijven volhouden, is het bijna onvermijdelijk om ook met een aantal projecten los van elkaar te kunnen bezig zijn. Een minder bekende kant van Erik is, dat hij als dirigent met vele grote symfonische orkesten heeft gewerkt, en vele arrangementen en composities voor anderen heeft geschreven. Dat hij als enige Nederlandse muzikant zowel als pianist met Herman van Veen en als dirigent in meerdere producties op Broadway heeft gestaan, producties waarvan hij ook de composities en arrangementen heeft geschreven. Het leidde in Nederland tot slechts twee berichtjes in het Utrechts Nieuwsblad.

Hoogtepunten zijn er vele, volgens Erik. Eigenlijk alles wat je als "eerste keer" doet, en wat dan ook nog succes blijkt te hebben, zoals de eerste keer Carré, het Schauspielhaus, Friedrichstadtpalast, Broadway, Olympia. Maar ook het moment waarop hij in zijn prille loopbaan begin zeventiger jaren tijdens een plaatopname ‘s middags nog aan een arrangement voor strijkers zat te werken, wat ‘s avonds werd opgenomen en tot ontroerde reacties leidde van een strijker/componist/arrangeur die al jaren in het vak zat en begreep waar Erik ‘s middags mee bezig was geweest ("Ben je in strijd met jezelf?" had hij nog gevraagd toen hij Erik zag ploeteren op een nieuw idee). Een onvergetelijk moment voor Herman was de laatste voorstelling in l’Olympia met gitarist Chris Lookers. Chris was ernstig ziek, M.S., en het was duidelijk dat hij niet langer zou kunnen meespelen. Het laatste lied "Pourquoi ça tombe sur moi?", een vraag die Chris zich ongetwijfeld ook zal hebben gesteld.

Herman sprak over veertig jaar Harlekijn. Een klein, niet commercieel en ongesubsidieerd bedrijf dat sinds jaar en dag altijd weer artiesten op uiteenlopend artistiek gebied begeleid. Ton Koopman die vele honderden LP’s en CD’s op het Harlekijn label heeft uitgebracht, Reinbert de Leeuw en het Schönberg Ensemble, Herman Finkers nam zijn eerste LP ("Vinger in de bips") bij Harlekijn op, Hauser Orkater, Joost Nuissl ("Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben"), Loeki Knol ("Wat heb je nou aan algebra?"), Lenny Kuhr die het songfestival won met Piet Souer en anderhalf jaar optrad in de voorstelling van Herman, meester-gitarist Harry Sacksioni, de Italiaanse acteur en schrijver Dario Fo, regisseur Arturo Corso ( "Mistero Buffo"), acteurs als Jules Croiset, Michiel Kerbosch, Marlous Fluitsma, Dirk Celis, Lori Spee, Gaëtane Bouchez, een lijst te lang om op te noemen. Als je het bij elkaar optelt gaat het om duizenden albums, boeken en voorstellingen die voor velen een eerste stap zijn geweest op weg naar een duurzame carrière.

 

Om veertig jaar Harlekijn (de laatste tijd onder de zakelijke leiding van Edith Leerkes) te vieren staan er voor het komende seizoen drie producties op stapel. Edith Leerkes vertelt. Zelf zal ze te zien en te horen zijn als gitariste in een soloprogramma met de titel "Etude Feminine". In die voorstelling speelt, vertelt en zingt ze vooral over dierbare mensen in haar leven. Mede om haar artistieke grenzen te verkennen en om net als Erik, de ervaringen die ze opdoet als soloartiest te kunnen meenemen in de voorstelling die ze met Herman speelt. "Margot", een muziektheatervoorstelling met in de hoofdrollen Gaëtane Bouchez en Karin Hougaard, geïnspireerd op het leven van Margot Fonteyn. De misschien wel beroemdste prima-ballerina uit de vorige eeuw. Een vrouw met een opvallende vriendenkring, waaronder Marcos, Noriega en Pinochet. De derde productie is er een met Max Douw, "Het debuut". Max is een getalenteerde kleinkunstenaar die Herman heeft leren kennen op de Amsterdam Toneelschool. Hij doet wel denken aan de zwart-wit beelden die er nog zijn van Herman, zo vertelde Edith.

 

Tot slot: 400 voorstellingen in Carré. Herman stond er op aanbeveling van de toenmalige bedrijfsleider, de heer Dekker. In die tijd kwam Herman op van achter uit de zaal. Toen hij achter het rode gordijn stond, op het punt van opkomst, hoorde hij een gesprekje van de toenmalige directeur, dhr. Karel Wunnink, met de heer Dekker, die aan de andere kant van het gordijn stonden. Dhr. Wunnink gaf aan, het helemaal niet te zien zitten met Herman. Er zaten maar 400 man in de zaal, waarschijnlijk voor het grootste deel familie. De heer Dekker sprak echter zijn volledige vertrouwen uit in Herman. En hoewel er de tweede avond slechts 320 man waren en de derde avond maar zo’n 200, was Carré een week later volledig uitverkocht. Na die laatste voorstelling vroeg Dhr. Dekker aan Herman in de directiekamer, die zich toen nog onder de trap bij de ingang bevond: "Vul maar in, wanneer je weer wilt komen!" Zo ontstond er een traditie die tot op de dag van vandaag nog steeds bestaat. De huidige directeur, Hein Jens, gaf afgelopen week nog aan dat Herman altijd welkom blijft, al moet hij met een rollator het podium op.

Herman zegt: "Ik ben niet de grootste artiest, en ik ben ook niet de kleinste. Wat ik vooral kan is hard werken. Dat heb ik van huis uit meegekregen. Op een voetbalveld moet je me drie keer voorbij en als je dan denkt: ik ga scoren, zul je merken dat ik er op een of andere manier toch weer voor ga zorgen dat die bal er niet ingaat. Als ik het toneel oploop, mag je er op vertrouwen dat ik mijn stinkende best zal doen om de mensen een ongelooflijke avond te bezorgen."

 

Roger Hendriks