Fijn dat u er was
maandag 27 oktober 2008

Fijn dat u er was

We hadden een workshop in Leeuwarden.

We werkten daar aan ‘Een dag uit het leven van Alfred Jodocus Kwak’.

Onze gastheer was Gooitsen Eenling, vandaar.

 

Herman van Veen

 

---

 

FIJN DAT U ER WAS

...vlieg je met me mee

spring maar op mijn zachte rug

ik breng je naar heel hoog

en voor het donker terug...

 

 

Donderdagmorgen, 23 oktober 2008. In de Herman van Veenzaal van het ROC Friese Poort te Leeuwarden liggen overal blauwe snippers op de grond. In een oud televisiekastje staat een kom met een sereen zwemmende goudvis. Aan de zwarte kapstok hangen geen rode sjaals meer. De oude piano zwijgt. De spots zijn gedoofd. De zaal is in diepe rust.

 

Dat was de twee weken daarvoor wel anders. Herman van Veen gaf vijf dagen lang een intensieve workshop rond een verhaal van Alfred Jodocus Kwak. De jonge veelbelovende acteur Max Douw, leden van het Harlekijn Danstheater en drie vierdejaars leerlingen van de opleiding Sociaal Cultureel Werk Theater werkten samen keihard aan een voorstelling die dinsdagavond 21 oktober en woensdagavond 22 oktober in totaal vier keer werd gespeeld.

De overige elf studenten van de opleiding waren druk in de weer met de produktie. Ze knipten blauwe snippers voor een douchescène. Vonden ergens een oud televisiemeubel. Kochten een kom met een goudvis. Lakten de witte kapstok zwart. Zorgden voor een lichtplan.

 

Langzaam veranderde het summiere script in een spannend verhaal. Waarin Alfred Jodocus Kwak ontdekt dat de valse Merel Krankmadam gesteund door psychiater Dokter Das alle zangvogels opsluit zodat zij alleen kan worden afgevaardigd naar het songfestival. Gelukkig zorgt Alfred met zijn goede vriend Theofilius, de sneeuwuil, voor een happy end. Droomde Alfred dat hij wakker was? Of was hij wakker en leek zijn avontuur zo onwaarschijnlijk als een droom?

 

Herman van Veen daagde iedereen uit dingen te doen die men anders niet deed. Peter le Feber moest naast  pianospelen, zingen en acteren. De danseressen van het Harlekijn Danstheater moesten naast dansen ook acteren. De drie studenten moesten naast acteren ook zeer fysiek aanwezig zijn. Max Douw mocht improviseren, wat hij meesterlijk deed, maar moest leren dat ook weer binnen bepaalde kaders doen. En een student die eigenlijk het liefst acteert, moest het lichtplan verzorgen. Zo had iedereen een uitdaging en zag je de mensen elke dag stapje voor stapje groeien. Of zoals Peter, één van de studenten het verwoordde: “Dit is voor iedereen een heel bijzonder proces geweest. We hebben kunnen volgen hoe een beroemd theatermaker te werk gaat bij het tot stand komen van een productie. Een unieke ervaring.”

 

En de voorstelling? Een groot succes. Jong en oud genoot. Er werd gelachen, meegezongen, meegeklapt. EEN DAG UIT HET LEVEN VAN ALFRED JODOCUS KWAK is een lieve familievoorstelling waar je blij van wordt. Een ode aan het belang van zingen. Hopelijk gaat deze theaterproduktie net zo’n lang leven leiden als MATA HARI, die drie jaar geleden in dezelfde Herman van Veenzaal is geboren.

 

Donderdagmorgen, 23 oktober. Ik veeg de laatste snippers weg. Zet het kastje en de kapstok bij de oude decorstukken. Breng de goudviskom naar de receptie van de school, heeft men daar in de herfstvakantie ook aanspraak. De piano rijd ik achter de coulissen.

 

“Fijn dat u er was”. Zegt de vertelster aan het eind van de voorstelling. Als gastheer en als vriend zeg ik hetzelfde. Herman, Max, Fleur 1, Fleur 2, Linnet, Gaëtane, Petra, Peter en Dieuwertje, fijn dat u er was.

 

 

...hou je stevig vast

samen in het grijze blauw

vliegen is nog leuker

samen met jou...

 

 

Gooitsen Eenling

Ervaring
vrijdag 24 oktober 2008

Ervaring

Een berk staat met zijn schilverende witte stam te stralen in het najaarslicht naast de heg bij het raam waarachter ik nu zit te schrijven. Het grasveld ligt bezaaid met gekrulde eiken- en kastanjeblaadjes. Een egel schuift op langs lavendel, schuurt zich voorbij de klimop, verdwijnt onder een plant waarvan ik de naam niet ken. De kerkklok in de toren slaat elf uur. Onze hond staat te kwispelen voor de gesloten deur. Hij moet een plas. Mijn vrouw zegt: "Even mijn laarzen aandoen." Ik hoor de rits van haar jas.

 

Van het lage rieten dak vallen om de beurt grote druppels op de stenen van het straatje dat langs ons huis loopt. Zoem als een camera met mijn ogen in op een plasje. Naast het plasje ligt een eikel.

 

Pets!

 

Een druppel De eikel lijkt te schrikken. Een soort spinnetje probeert over de eikel heen te klimmen. Waarom kruipt hij er niet omheen? Wel vijf keer valt hij van de gladde onderkant op zijn rug. Nu klimt hij als een alpinist de gladde eikel op, lijkt even uit te rusten.

 

Pats!

 

Een grote druppel valt boven op zijn rug. Paniek. Doodstil zit het spinnetje of zo van zijn schrik te bekomen. Hij klautert aan de andere kant naar beneden.

 

Pats!

 

Weer een druppel! Nu wel een hele grote. Het spinnetje of zo drijft met het water mee naar een minuscuul stroompje dat naarmate het breder wordt, harder stroomt mee de put in. Wat zal er van haar worden? Blijf nog even zitten kijken. Wel, daar is ze weer. Loopt de hele lange weg terug naar de eikel. Wacht en lijkt te denken.

En loopt er dan omheen.

Wij bellen u
maandag 13 oktober 2008

Wij bellen u

Was vier dagen in Detmold bij de audities voor de muziektheater voorstelling "Een dag in September". Acteurs, zangers, dansers, jongleurs, clowns. Ze kwamen wel met honderden, zingen, dansen en doen. Een meisje van 15 dat een Engelstalig liedje zong over een weggevreten kanker, een ander over iemand die ratten verjoeg uit een middeleeuwse stad. Een clown uit Zweden met een Russisch accent die het auditielokaal in een mum veranderde in de setting van een verjaardagsfeestje bij McDonalds. Een prachtige gekrulde bariton die zong over een oester die verzeild raakt in een gouden maag, alles heeft wat hij zocht en sterft. Een meisje danste een solo en verloor haar evenwicht maar dat hoorde erbij, zodat wij voor niets opsprongen. Twee straatmuzikanten zongen een liedje waarvan ik dacht: is dat niet van mij? Een jonge vrouw met vlechten zoals Romy Schneider ooit, betoverde ons met haar wonderlijk spel.

 

Dinsdagmorgen 10.15 uur

Een acteur leunt over de vleugel zoals je aan een late bar hangt: "Surabaya Johnny, warum bist du so roh, warum bist du nicht froh, ich liebe dich so. Du hast kein Herz, Johnny", kreunt, hijgt, schreeuwt een prachtige kale man uit Rostock. Een actrice speelt na Macky Messer een Joodse vrouw, die om te overleven in een concentratiekamp, gedwongen wordt te zingen voor een Duitse officier, een man die in zijn vrije tijd poppenspeler is. Het stuk waarmee ze auditeert is een fragment uit de muziektheatervoorstelling Getto, dat ik ooit in een bloederige enscenering van Peter Zadek zag. Een ravenzwarte man uit Zimbabwe danst op zijn eigen vuistslagen. Een fascinerende blondine uit de buurt van Stuttgart overtuigt met een waanzinnig lied uit de musical Sissi. Een man die een valse musette musiceert op een door een stofzuigermotor aangedreven accordeon en een liedje speelt voor zijn broer die soldaat is in Afganistan. Hij bidt en hoopt dat hij veilig naar huis mag komen. Een jonge actrice die zegt dat ze dood is en ons daarna vraagt, hoe het met ons gaat.

 

‘s Nachts in bed, zingen, spelen, dansen, spoken al die mensen door mijn kop als in een schilderij van Jeroen Bosch. Er wordt op de deur van mijn hotelkamer gebonsd. Iemand roept of ik de plaat van de "Phantom of the opera" wat zachter wil zetten.

Elf
maandag 6 oktober 2008

Elf

Moest ooit op de lagere school in het jaarlijkse kerstspel een kerstbal zijn.
Vond dat ongelooflijk stom.
Heb er alles aan gedaan om elf te mogen spelen.
Na veel gestampvoet en tranen is dat gelukt.
Kreeg vleugels van vitrage, strak gespannen in ijzerdraad.
Een wit pakje van kussenslopen aangemeten,
gestrooide kunstsneeuw in mijn krullen.
Mocht van engeltjes door het luchtruim zweven zingen
en van Glohohohohoria in Excelsis Deohohohohoho.
Ben na het kerstspel als elf naar bed gegaan.
En de volgende dag over de Decemberstraat
in mijn flinterdunne kerstkostuum naar mijn oma gewandeld.

 

"Eigenlijk," zo zei zij, "hebben elfen groene ogen.
Maar een elf met blauwe vind ik ook wel mooi."

 

In Ierland, las ik later toen ik groot was
dat elfen altijd op zoek zijn naar mensenkinderen
die ze mee kunnen nemen naar hun elfenrijk.
Op dat grote groene eiland zie je soms dat iemand op straat
een kruis slaat als hij een mens ontmoet met een groen en een bruin oog.
Want dat is, zo geloven zij, het bewijs
dat hij of zij als mensenkind
ooit in de handen van elfen is gevallen.
Gaat zo iemand met verschillend gekleurde ogen dood,
dan gaat hij niet naar de hemel of de hel
zoals de rest van ons, maar naar de verborgen elfenheuvels.
Dat wordt ook vandaag nog in deze internettijd door menig Ier geloofd.

 

Het lijkt mij wel wat, naar de elfenheuvels gaan.
Ik stel me elfen voor als ragfijne wezens
die verdwijnen en verschijnen waar en wanneer ze willen.
Elfen, voor wie materie lucht is, geluid een manier van reizen.
Licht iets is waarin je drijft. Adem is wat je drinkt.
Muziek is om in te geloven.

 

In de hemel zal ik niet komen net zo min als in de hel
omdat ik daar niet in geloof.
Maar die elfenheuvels, dat lijkt me wel wat.
Misschien moet ik op cursus.
Op cursus elfengeloofsles.

 

Heb al een beetje ervaring.

dinsdag 30 september 2008

Over Carré

Een korte speech ter gelegenheid van de opening van replica-Carré in Madurodam.

 

Je bent een Japanner,
je dribbelt met je fototoestel door Madurodam.
Je ziet een gebouwtje
Waarop met grote letters te lezen staat: Carré.
Het zegt je geen na ha ra ka.
Dat betekent moer in het Japans.
Het is een gebouwtje als de andere gebouwtjes.

 

Je bent een theater.
Je ziet een dribbelende Japanner
met een fototoestel voorbij komen.
Hij zegt je niets.
Hij is een voor jou onbekende.

 

Je zag de Japanner nooit voor de kassa staan
nooit op de wc zitten,
nooit in de parterre,
hij wachtte nooit
met bonkend hart in de gang
voor een kleedkamer
om een glimp van zijn favoriete artiest op te vangen.

 

In het gunstigste geval is de Japanner
een potentiële bezoeker.
Zoals een lichte vrouw in een venster, dus glimlach je met heel je gevel.

 

Het is in feite
niet anders dan met het verleden en de toekomst.

 

Wat het verleden en de toekomt met elkaar gemeen hebben
is onze verbeelding.

Carré heeft geen sjoege van Japanners,
Japanners geen sjoege van Carré.
Beide kunnen zich van elkaar nauwelijks iets voorstellen.

 

Carré is vooral ook wat er speelt,
wat er gespeeld is.

 

Het meeste is illusie.
Een illusie van steen en staal.
Betekenisloos
als je niet weet waarvoor het dient.

 

Wat zegt dat huisje je
als je er nooit
een goochelaar zag
die met een simpel gebaar
een olifant
voorgoed in zijn hoge hoed deed doen verdwijnen?
Of een mensleeuw
die met dolken
naar een mokkeltje met neptieten in badpak gooide
en haar maar
op het nippertje miste?

 

Wat zegt Carré je
als je er nooit als hooggeëerd publiek een acrobaat zag
die in een karpersprong met zijn leven speelde,
als je nooit tot op het bot verliefd was
op de juffrouw in de kassa?

 

Wat zegt het je
als je er nooit een zanger hoorde galmen
die ooit op dat toneel de remedie tegen al je kwalen was,
als je daar
om maar niets van het vertoonde te missen
tussendoor de aktes je bips niet veegde.

 

Wat zegt Carré je
als je er niet de muze van het vuur hebt horen kreunen,
je tussen de coulissen stond
en je je hele wezen voelde beven?

 

Niets.

 

Als je wilt weten
wie ze is,
hoe koninklijk
waarom en hoe ze zal zijn,
moet je een kaartje kopen.
Want dan zul je het pas weten van dit kleine Carré en het grote,
tot en met het streepje op de “e”.

 

Ik dank u wel en verklaar hierbij
dat het bijna is onthuld.

vrijdag 19 september 2008

Van Veen schildert duizend soldaten

Koffie
vrijdag 12 september 2008

Koffie

Op de Open Art Fair in de Jaarbeurs van Utrecht

kwam er in de stand van Ipomal,

waar vijf van mijn doeken te pronken hangen,

een dame naar me toe,

die verguld was met het getoonde.

"Als ik geld had, zou ik deze beslist kopen,"

zei ze, terwijl ze wees naar een grijs vlak

met een diep blauw in blauwe streep,

waarop wat woorden van de Friese dichter Tsead Bruinja

te lezen staan.

"Betaalt u ons wat het u waard is,

haal het van de muur,

pak het in,

neem het mee naar huis.

U kunt het ook huren

of aflossen in wat termijnen."

"Is de helft ook goed?" grinnikte te ze.

"Als u niet meer heeft, ja."

Ze draaide zich verlegen om

en toen weer naar me toe.

"U bent niet erg zakelijk."

"Waarom zou ik?"

 

Ik las in een vooraanstaand roddelblad,

en ze quootte:

Van Veen in zwaar weer.

"Als dat zo is," antwoordde ik,

"waarom is mij dat dan niet opgevallen?

Geloof niet wat er in die blaadjes staat.

Ze veranderen de woorden om de sensatie.

Investering vertaald in schuld,

bezittingen buiten beeld gelaten.

Gelooft u mij, geen bank leent wie dan ook wat,

als er niet drie keer datzelfde bedrag tegenover staat.

De waarde van een ontwikkeling

blijkt niet zonder meer uit jaarcijfers

maar is wel mijn persoonlijke waarde.

Je leent aan je bedrijf

omdat je in haar droom gelooft.

Het is geweldig te ondernemen in de kunst.

Als niet alleen maar commerciële en niet gesubsidieerde onderneming

ben je vogelvrij en kwetsbaar.

Daar ligt de kracht.

Feitelijk heb je dan als het ware

alleen een schuld aan jezelf.

Er zijn geen gedupeerden."

 

Ze keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan.

"Koffie?"

"Gezellig," mompelde ze.

We praatten aan een plastic tafeltje

over Spinvis en collateral damage,

het onbegrepen synoniem voor dode kinderen, moeders en kapotte huizen.

 

Wat het schilderij betrof,

wilde ze nog met haar man praten.

 

Ik mocht met een knipoog

de koffie

betalen.

woensdag 10 september 2008

Kunstbeurs

Mocht gisteravond de kunstbeurs in Utrecht openen.

In de indrukwekkende Jaarbeursruime toonde in ontelbare stands,

crème de la crème van de Nederlandse galery-houders

het werk van hun schilders.

Er waren kijkers, handelaren, kunstenaars, zomaar wandelaars,

journalisten, fans, notabelen, kopers.

 

Zag een vrouw die net als bij Ikea een ingepakt schilderij droeg

dat twee keer zo groot was als zijzelf.

Ze rende bijna betrapt de Jaarbeurs uit,

alsof ze bang was dat zomaar iemand

haar schilderij zou kunnen afpakken.

 

Na de directeur van de Open Art Fair en de wethouder van cultuur,

was het mijn beurt om boven het geroezemoes uit

te zeggen, dat ik het een allemachtig aardig moment vond

wat te mogen voorlezen over iets dat waarachtiger, vaak echter is

dan de werkelijkheid.

 

Kunst.

 

Kunst begint in mijn ogen

daar waar de regels ophouden,

daar waar het "nooit", het "niemandsland",

de verbeelding begint.

 

Kunst drukt niets anders uit

dan zichzelf.

 

Kunst is stil.

Ze vindt plaats,

ze troost, onbekommerd,

brandt,

maakt zenuwachtig,

rustig,

ze ontroert,

doet huiveren,

schateren,

vloeken,

razen,

verbijsteren.

 

Alle kunst is ingewikkeld eenvoudig.

 

Kunst is ook de leugen

die in staat stelt

de werkelijkheid te herkennen.

 

Kunstenaars.

 

Kunstenaars zijn zoals Cees Budding zegt:

"Onsterfelijk, tot ze dood gaan."

 

U glimlacht.

Wees blij.

Immers:

wie kan glimlachen

is volgens mij het dichtst genaderd bij

de oorspronkelijke bedoeling

die de kunstenaar, de schepper

met ons heeft voorgehad.

 

Beeldhouwer Kees Verkade,

de grote,

van dunne menselijke figuren en portretten in brons,

en mijn oude vriend Nico Knapper

waren verguld over wat zij over de hoofden konden verstaan.

Ik glom.

 

En we toastten.

 

 

Bij mijn bloot op de Open Art Fair.

Foto: Marnix Schmidt

Amadeus
maandag 1 september 2008

Amadeus

Mag graag in de loop van de avond
zittend op mijn bovenrug met mijn benen op het tafeltje
met mijn afstandsbediener langs de wel duizend tv-kanalen zappen.
Bleef gisteravond hangen op een natuurzender.
Zag een man met een baard en een stok,
terwijl hij af en toe een bloedzuiger uit zijn huid trok,
vertellen over een krokodillenfarm,
ergens aan een kust van Australië.
Daar, zo bleek, werden deze voorwereldlijke dieren
met hun angstaanjagende ogen gefokt voor de tassen,
de portemonnees, schoenen en de brillenkokerindustrie,
zoals bij ons om de hoek in legbatterijen met kippen gebeurt.
De beesten zitten met honderden opgesloten in bassins.
Worden drie keer in de week met dood vlees in saté-grote stukjes gevoed.
En als ze de ideale tassenmaat hebben bereikt,
strategisch doodgeschoten,
daar waar de huid het minst beschadigd wordt.
U kunt wel raden, waar.
Ze worden gevild, hangen dan ontdaan van ingewanden
als haute couture aan rijdende krokodillenrekken.
Aansluitend in bruikbare stukken gesneden
en via DHL de wereld ingestuurd,
vermaakt en door ons gekocht.
Voor muntjes, voeten, brillenbedden en boodschappen.
Soepel leer van afschrikwekkende beesten.

Dat hun huid zo bruikbaar is,
en de Australische krokodil met name zo geliefd,
heeft alles te maken met hoe zorgvuldig de dieren gefokt worden.
Het blijkt een kunst, vergelijkbaar met het maken van wijn.
In Australië worden de beesten voor ze gevild worden als vorsten behandeld.
Hun onderkomen is vergelijkbaar met het buitenbad
en kleedlokalen van een viersterren, halfoverdekte zwemgelegenheid.
Na de maaltijd doezelen de dieren uren in de schaduw
en worden hun witte buiken door aspirant-dierenartsen gemasseerd.
Wat de ervaring heeft geleerd is, dat ze het best ontspannen, het minst gestresst raken,
stress is desastreus voor de kwaliteiten van de huid,
bij muziek van Mozart.
Wagner bijvoorbeeld, bleek stressverhogend.
Wolfgang Amadeus Mozart wordt door krokodillen het meest gewaardeerd.
Dat is geen grap, dat is zorgvuldig bestudeerd.
Een wetenschappelijk feit.

Luistert u maar naar uw portemonnee, uw tas, brillenkoker of schoenen.

Concert
woensdag 27 augustus 2008

Concert

Op 7 september vindt er in de Oude Kerk te Soest een bijzonder concert plaats.
Het Muzenkoor van de Limburgse Koorschool Cantarella,
dat ik voor het eerst heb horen zingen in de schouwburg van Heerlen
en met wie we de Edison overhandiging aan Cecilia Bartoli hebben mogen opluisteren,
zal voor het eerst in het historische hart van Soest te horen zijn.
Tussen de liederen door danst het Harlekijn Danstheater twee choreografieën.
"Maarten Maarten", begeleid door Edith Leerkes, Jannemien Cnossen,
Femke van der Winkel en ondergetekende.
En de Stoelendans op muziek van Carlos Vamos. 

Voor het concert bent u voor de koffie van harte welkom
in mijn bescheiden Gallery aan de Kerkstraat 13a
of in het  portaal van de Oude Kerk.

Dit concert is er een in de reeks Schaapskooi concerten,
echter door de aard van het programma daar niet uit te voeren.
Hopen desalniettemin dat u in plaats van onder een rieten dak
ons ook kunt vinden onder dat van onze Oude Kerk.

Kaarten zijn te verkrijgen bij
€10,- als u Vriend van de Schaapskooi bent, €12,50 als u dat niet bent.

Wellicht tot ziens.

PS: Voor meer informatie zie: Vrienden van de Schaapskooi