woensdag 16 juli 2008

Zwaluwen

Rondom zes eten wij Nederlanders ons avondeten.
Ook als we op vakantie zijn.
En dat vieren de meesten van ons in Frankrijk.
Aan het eind van het schooljaar
reizen we per trein, vliegmachine, auto, caravan of fiets
met anderhalf miljoen naar het zuiden.
Zit daar nu ook,
op het terras, na het eten.
Geniet van een in een schitterend glas
bewaarde slok Chablis
en lees een meedogenloos boek
over het wel en wee in de Middeleeuwen.
Las tot op heden, ben op bladzijde 223,
nog over weinig “wel”.

Tegen achten gaan de letters dansen.
Pak mijn leesbril.
En steevast elke avond vliegen
als ik mijn bril op mijn verbrande neus zet,
de zwaluwen uit.
Ze dartelen, wentelen, kantelen, zoevend door het zwerk.
Verorberen voor mensenoog onzichtbare insecten.
Het oogt als een luchtslag.
Een gevecht tussen twee mogendheden
zoals ik dat zag op films uit de Tweede Wereldoorlog.
De zwaluwen zijn nog onverslaanbaar.
Verzadigd voor het duister valt,
zoeken ze hun nesten op.
De lucht is voor de vleermuizen
die precies hetzelfde doen:
ze jagen op het zwaluwen dessert.
En als het pikkedonker is,
voor de drijvende vuurlichtjes.
Voor alles is een tijd,
voor alles is een plek.
Alles is logisch,
ook het toeval.

Denk aan dat wonderschone gedicht
van Selma Meerbaum-Eisinger,
dat meisje, dat met de dood voor ogen
in de oorlog schreef:

Frühling.
Die Bäume sind jetzt erst ganz Kahl
und jeder Strauch
ist wie ein weicher Schall.
Als erste Nachricht
von dem neuen Glück.
Und morgen kehren Schwalben auch zurück.


Voor elk “wel”
is er een “wee”.
En omgekeerd.
Zo zal het steeds weer zijn.

Sla mijn boek dicht in het schemerlicht.
Krab aan muggenbulten
mij bezorgd door de handvol overgebleven muggen.
Douche me tot het water op is.
Fluister “welterusten”.

zaterdag 28 juni 2008

Tel Aviv, 20 juni 2008

Ben een weekje met vakantie en maak van de gelegenheid gebruik om mevrouw Dana Goren-Haran te ontmoeten, van het Assaf Harofeh medical centre. Ze stuurde Herman een brief met een roep om hulp voor haar ziekenhuis.
Komende december spelen we ‘Windekind’, een programma dat een ode wil zijn aan de jonge joodse dichteres Selma Meerbaum-Eisinger, die in 1942 werd vermoord in een Duits werkkamp. Aanleiding is de verjaardag van Israël, dit jaar 60 geworden. Het is een mooie kers op die wankele taart om de baten van dat concert te schenken aan dit ziekenhuis, waar kinderen van alle bevolkingsgroepen behandeld worden.

Na een rit door de vrijdagse haast van de stad, morgen is het shabbat en iedereen rent door elkaar om de laatste voorbereidingen te treffen, rijden we de snelweg op, kruipen langs het Ben Gurion vliegveld en komen zo in een driehoek van voorsteden. Hier ligt het Assaf Harofeh medical centre, een wirwar van gebouwen in allerlei formaten, stijlen, hoogtes, op een terrein met ontelbare straatjes en steegjes. Een vriendelijke omgeving met overal bloemen in perkjes en oude tonnen die verhullen dat touwtjes, elastiekjes en plakband het allemaal bij elkaar houden.

Dana neemt me mee naar een ‘day care centre’ voor kinderen. In een rommelige barak doet ze de ene na de andere deur voor me open en laat de plekken zien waar kinderen van alle afkomsten ondergebracht worden voor therapie en waar ze les krijgen. Een kamer met kleintjes die in rolstoelen rechtop gehouden worden door een plastic harnas, sommigen met beugels om hun beentjes. Een andere met kinderen die moeizaam leren schrijven, weer een andere waar de week wordt afgesloten met een liedje dat gezongen wordt in een kring. De ouders mogen erbij zijn, zie joodse en Palestijnse ouders naast elkaar zitten met tranen in hun ogen kijkend naar hun kind dat probeert mee te zingen.
Dana loopt in een volgende kamer naar een jongetje en vergeet dat ik er ben.
Ze begint een gesprek met een ventje dat wakker uit zijn ogen kijkt en met een veel te hoog en broos stemmetje vertelt van zijn vorderingen. Ze is heel blij, het mannetje kwam drie maanden geleden binnen en zei niets. Ze vertelt dat in een omgeving waar de sterkste de beste is kinderen met een aangeboren afwijking als eerste in de verdrukking komen en ze is vastbesloten zoveel mogelijk te doen voor wie ze maar kan helpen.

Haar zoon werd ooit gered na gewond te zijn geraakt als dienstplichtige soldaat. Ze gaf haar baan, op sprokkelt nu geld bij elkaar om het ziekenhuis te helpen. De staat betaalt de mensen die er werken, voor al het andere moet het ziekenhuis zelf zorgen. Het personeel, dat op vrije dagen vaak de wijken in gaat om als vrijwilliger medische raad te geven, is zacht, geduldig, toegewijd en moe. De verpleegster op de afdeling met vroeg geboren baby’s laat me blij twee foto’s zien die ze met haar telefoon heeft gemaakt, één van een minibaby die na 26 weken werd geboren en één van dezelfde baby maanden later, inmiddels een roze wolk. Aan alles is gebrek, veel medische apparatuur is verouderd of er is te weinig van. De kinderen hebben te krakkemikkige spullen om ze goed te helpen ontwikkelen en de gebouwen zijn een onsamenhangende wirwar van oude behuizingen die over zes hectare verspreid staan.

Dana laat me tot slot het roosmonument zien dat hier onlangs is neergezet. Initiatief namen de twee onvermoeibare zussen Sil en Mirjam van Oort, die geweldig hun best doen om overal in de wereld monumenten op te richten ter herinnering aan de vele kinderen die door oorlogen, honger, ziekte of andere oorzaken geen lang leven gegund was.

De tekst op het monument:

Lieverd,
leven is als sneeuw,
je kunt het niet bewaren.
troost is dat jij er was
uren, maanden, jaren

Herman van Veen

Het is ons een eer iets te kunnen bijdragen aan dit ziekenhuis.

Edith Leerkes

maandag 16 juni 2008

Las afgelopen zaterdag
drie inleidingen bij drie concerten
in drie verschillende kerken
op het Festival Classique in Den Haag.
Muziek met een verhaal.
De Oude Katholieke Kerk, de Kloosterkerk, de Waalse Kerk.
In de Oude Katholieke Kerk een inleiding voor Haydn’s “Christus’ zeven laatste woorden”,
in de Kloosterkerk voor het “Stabat Mater” van Pergolesi,
in de Waalse voor het “Requiem” van Gabriël Fauré.
Zeven preken, twee inleidingen.
Drie onvergetelijke concerten.
Fenomenaal veel voorbereiding, prachtige waardering. 



Naar huis voor het voetbal.
Geniet met volle teugen.
Prachtig ook om weer te zien
hoe de kenners door de wind gaan.
Alles blijft mogelijk,
zoals ook in de tuin.
Onvoorstelbaar wat de kop opsteekt.
Ze hebben even verderop een ijsvogelburcht gebouwd.
Soms vliegt zo’n wezentje zomaar
een blauwe streep in het groen,
kantelt het in de zon
en lijkt in de lucht te zijn opgegaan.
Het is een wonder.

Cecilia
woensdag 11 juni 2008

Cecilia

We waren er bij.
Nederland - Italië.
Gingen door een blauw oranje zee.
Zongen onze kelen schor
en sprongen op
bij elk gemiste kans of doelpunt.
Dronken op de rest van het toernooi
en reden met een blij gevoel
tussen alle anderen
terug naar Amsterdam.
Mocht daar gisteravond
in het Concertgebouw
een Edison overhandigen aan
Cecilia Bartoli.*
Voor haar had ik ook wel
naar Tokio gereden.
Stapte in een kolkende zaal
het toneel op
en zag haar voor het eerst
in mijn ogenblik.
Ze is mooier dan op de foto,
nog mooier dan ze zingt.
Zoiets kan niet bestaan.
En toch.
Ik zei de woorden die ik had geschreven.
Gaf haar het zware beeldje
en weer kolkte de zaal.
Het is een wonder.
Ergens achter het toneel
in een foyer
met een trap
hebben we voor haar gezongen.
Een ode op zoveel schoons.
Met Edith Leerkes en de liefste meisjes
van Cantarella,
het veelzijdigste koor
van Limburg.
Er waren tranen, knuffels,
alsjebliefts en dankjewels,
waarna Cecilia
werd weggeloodst
door de Concerthuisbazen
en verdween
in een duistere auto
met een handvol wezens
die haar nu wel voor zichzelf wilden.
Had heel graag nog even
een eeuwigheid met haar
willen babbelen en zo.

---

Dear madam Bartoli,
Ladies and gentlemen,

Sometimes you hear a voice that takes your breath away,
it makes you stop vacuuming
like it used to happen with my mother
when Edith Piaf was on the radio.
We, the children, had to be quiet
until the song finished.

What Piaf was to my mother,
Cecilia Bartoli is to me
when, every once in a while, her voice resounds
through our house.
Cell phones turn off automatically,
no more Nintendos,
the washing machine maintains a stony silence.
Believe me, should I have a voice in God's creation,
her voice would be mine.
A voice of unbelievable beauty
a sound which, in this often terrible world, makes you not give up hope.

Rossini once said:
'How beautiful opera would be if it there were no singers'.

Bad luck for him, he never heard Cecilia Bartoli sing.
We are privileged.

Her last cd, which she made in tribute to Maria Malibran,
is a gem.
This opinion is shared by the jury of the Edison foundation.
That is why I stand before you
to present this little sculpture with great pride to mrs Bartoli.

Avec mes felicitations.

---

Liebe Frau Bartoli,
meine Damen und Herren,

Soms hoor je een stem die even je adem doet stokken,
die je doet stoppen met stofzuigen.
Zoals dat vroeger bij ons thuis gebeurde met mijn moeder
als ze Edith Piaf op de radio hoorde zingen.
Wij moesten dan, de kinderen, stil zijn
tot het liedje afgelopen was.

Wat Piaf was voor mijn moeder
is Cecilia Bartoli voor mij.
Als haar stem zo af en toe door ons huis galmt,
gaan de cellphones op commando uit,
wordt er niet ge-nintendoot,
dan zwijgt de wasmachine in alle talen.
Gelooft u mij:
zou ik een stem hebben in God's schepping,
haar stem zou de mijne zijn.
Een stem van een onbeschrijfelijke schoonheid.
Een geluid dat je, in deze vaak zo afschuwelijke wereld,
de hoop niet op doet geven.

Gioacchino Rossini zei ooit:
'Wat zou opera toch prachtig zijn als er geen zangers zouden bestaan'.

Wat een pech voor hem dat hij Cecilia Bartoli nooit heeft horen zingen.
Wij zijn bevoorrecht.

Ook haar laatste cd, die ze maakte ter ere van Maria Malibran,
is een juweel.
Dat vond ook de jury van de stichting Edison.
Vandaar dat ik hier sta om dit kleinood met grote trots
aan mevrouw Bartoli te overhandigen.

Avec mes felicitations.

---

* Donderdagavond a.s. is dit te zien bij de AVRO.

maandag 2 juni 2008

Dichter

Ben vanochtend voor dag en dauw
opgestaan.
Heb gemaaid
wat ik maaien kon.
Maaien op een trekker
is net als skiën.
Je denkt aan niets anders
dan dat wat je doet,
gras onthoofden.

Zit nu achter mijn bureau
en schrijf u
dat ik blij ben
met alles wat er dit seizoen gebeurd is.
Alles wat het licht zag.
Boeken, cd’s, dvd’s, schilderijen, voorstellingen.
Dat dit nooit hoeft te stoppen,
dat gaan en staan,
dat ontmoeten.
Of het nu klanken, woorden
kleuren of wezens zijn.
Geniet het.

We waren deze week drie keer in Drachten.
Aanvankelijk liep de kaartverkoop daar
niet geweldig.
Maar de vlam sloeg in de pan.
Alles overvol.

Gisteren de opening van de expositie
ter ere van de Friese dichter Tsead Bruinja.
In het Natuurmuseum Frylân in Leeuwarden.
Edith speelde, Tsead las zijn werk in het Fries
ik het zijne in het Nederlands.
Er waren vriendelijke woorden
van hartelijke mannen.
De burgemeester van de stad,
de heer drs. F.J.M. Crone,
opende het gebeuren
met een handdruk.
Hang er mooi bij.
14 doeken.
Haal als het ware
Tsead’s woorden
uit de verf.
Voor elk doek staat een lessenaar
met het gedicht in het Fries en het Nederlands te lezen.
Alle gedichten staan ook in
“De geboorte van het zwarte paard”,
Tsead’s keuze uit zijn Friese gedichten,
uitgegeven door Cossee.
Schrijnende en liefdevolle zinnen.

“Bruinja staat midden in de wereld,
die hij niet alleen geamuseerd,
maar ook met zorg beschouwt,”
schreef Piet Gerbrandi onlangs
in De Volkskrant.

In de bioscoopkelder van Maarsingh & Van Steijn
ging de documentaire over de mannen en het werk
in première.
“Alsof je het licht vangt”
werd een mooie indringende film
van Jeroen Stek over twee reizigers in taal,
ondergetekende en de dichter.

Bloemen, knuffels, warme handen.
Met Edith in de auto naar het zuiden.
Stilletjes,
kan haar niet genoeg bedanken
voor alle zorg en liefde
die ze met me deelt.
We runnen samen wat af.
Ook wil ik telkens weer
omdat het zonder hen ondenkbaar is,
alle makkers die opgezadeld zijn
met een man die zingen moet,
en die dit mede mogelijk maken,
toe roepen: ”Bedankt”.

dinsdag 27 mei 2008

We're watching you.

maandag 26 mei 2008

Zwolle, Heerlen, Almere, Haarlem.
Vier steden, vier werkelijk prachtige theaters.

Odeon Zwolle, op de grens van de oude stad, ruim opgezet.
Mooie grote aan een oud theater herinnerende zaal. Toneel: immens. Ook prima geschikt voor dans en opera. Af te sluiten daglicht op het toneel. Moet heel plezierig zijn voor de mensen die daar bouwen. Witte loopvlakken, perfect, zodat je ‘s avonds in het donker op het zij- en achtertoneel je nek niet breekt in het gebruikelijke zwakke blauwe licht.

Ideale kleedkamers, wc, douche, wasbakken, het juiste licht, spiegels, heerlijke ramen die je kunt open doen, zodat je met longen vol frisse lucht het toneel op kunt. Spik en span, door een ringetje te halen. Uitzonderlijk comfortabel ingerichte kantine met uitzicht op de stad. Zit- en praathoeken. Een heuse bar.

Heerlen, Haarlem en Almere doen hier nauwelijks voor onder.
Almere is vooral groot, hoekig grijs wit. Koel. Strak. Prachtzaal. Wat onhandige smalle hoge trappen naar het toneel. Je moet tien minuten eerder uit je kleedkamer vertrekken om niet achter je adem boven op het toneel te komen.

Haarlem is een concertgebouw, een nieuw huis als het ware om en over het oude gebouw heen gezet. Met glas, staal en stenen. De akoestiek is geweldig. Je hebt het gevoel dat ‘het’ speelt. Het zingt als glij-ijs, als gras dat meegroeit met de richting van de golfbal.

We zijn er bijna, maar nog niet helemaal, schreeuwden we op schoolreisje achter in de bus om daarna voor onze moeders weg te duiken onder de banken.

Gisteren nog Middelburg met "Pom pom pom" voor de kinderen, en ‘s avonds de voorstelling voor de grote mensen. Dinsdag zijn we in Laren met "Etude F" van Edith Leekes en de dansvoorstelling “We’re watching you” van het Harlekijn Danstheater. Komt dat zien. Woensdag spelen we voorlopig de laatste "Pom pom pom" met Edith Leerkes en Babette van Veen in Hoorn, om dan met de voorstelling drie keer nog in Drachten af te sluiten. Aansluitend een expositie in Leeuwarden. De dichter Tsead Bruinja inspireert de schilder.

Dan wacht de zomer die ik schaamteloos ga genieten.

Over mijn droom van gisteren:
Het was kerstmis in de maand mei.
Mijn vrouw was even naar haar minnares.
De kinderen in de bios.
Was alleen thuis, met de hond en de kat.
Staarde naar de engeltjes in de kerstboom.
Een roodborstje tikte tegen het raam.
Het deurtje van de koekoeksklok sprong open,
wonderlijk.
Ik wist niet dat ik een koekoeksklok had.
Het begon in de huiskamer zachtjes te sneeuwen.
Deed de ramen open
om de witte pracht
naar buiten te laten waaien.
Had behoefte aan een kop sterke koffie.
Trok de ijskast open
om een pak melk te pakken.
"Goedemiddag," zei een ijsbeertje
terwijl hij uit het vriesvak kroop
en handig op de grond sprong.
"Wat was heerlijk."
"Wat was heerlijk?" vroeg ik.
"De zalm," zei hij.
"Vond het wel lastig, om dat dunne plastic er af te peuteren."
"Dat zal ik voortaan wel doen."
Het ijsbeertje huppelde de huiskamer in
en ging liggen dutten
onder de kerstboom.

Iemand die er niet was
kwam door de muur.
"Hoe laat is het?" vroeg hij
met een vreemde grijns.
"Ik moet voor 12 uur
weer in mijn kist liggen.
Hoe is het met je bloed?"
vroeg hij mij nieuwsgierig.
"Heb het laatst nog laten testen.
Cholesterol okee,
geen vreemde virussen."
"Prima, prima",
sprak de man.
"Mag ik?"
"Nee, natuurlijk niet!"
Weer kwam hij met zijn lange tanden
dreigend op mij af.
Ik rende de huiskamer in.
Trok het houten kruis
van onder de kerstboom
en hield het beschermend
tussen mij en de vampier.
Het onwezen kromp ineen.
Mijn vrouw kwam in haar blootje de kamer in.
"Je had je toch wel kunnen aankleden?"
"Hoezo?" vroeg ze.
"Ik ga onder de douche."
De vampier stortte zich
krijsend op mijn vrouw.
Ik sloeg met mijn vuist
dwars door zijn rug
en rukte zijn hart eruit.
"Voor mij?" vroeg het ijsbeertje.
"Heerlijk," en griste het druipende hart uit mijn hand.

De engelen uit de kerstboom
werden levend en mensengroot.
Vlogen met de vampier tussen hen in
vroom zingend naar buiten.

Iemand tikte op mijn schouder
"Het is acht uur, lieverd.
Je moet opstaan."
"Opstaan?"

Ga vanavond voor het slapen
beslist niet weer
van Discovery
naar een horrorfilm zappen.

dinsdag 20 mei 2008

Dat doet de burger goed!

Herman van Veen: wijze man en baldadig jochie

Door: Patrick van den Hanenberg

‘Sinds 1968 is 40 procent van ons publiek overleden… u heeft mazzel.’ Het is een even grappige als ernstige opmerking van Herman van Veen. Veertig jaar geleden buitelde de Utrechtse harlekijn het podium op met zijn Flubbligab snobbligab flopflapflee, het opgewekte onzinnummer op de klassieke tonen van Antonio Caldara. Van Veen verpletterde het publiek en de pers. Alleen Wim Sonneveld bromde een beetje zuur dat een regisseur Van Veens armen en benen zou moeten afhakken.

In zijn nieuwste show laat de 63-jarige cabaretier-komiek-entertainer-muzikant zien dat die armen en benen nog steeds tot zijn belangrijkste theaterattributen behoren. Ook al gaat het er misschien niet meer zo wild aan toe als veertig jaar geleden, er wordt nog steeds soepel gedanst en muziek gemaakt: Van Veen wisselt net zo makkelijk van instrument (viool, gitaar, percussie, piano) als een tienkamper van atletiekonderdeel.

Herman van Veen heeft, nog meer dan in zijn voorgaande shows, het evenwicht gevonden tussen de wijze man en het baldadig jochie.

In die laatste rol zien we hem als het podium vrijwel direct na de opening al bezaaid ligt met pingpongballen en kunstsneeuw, als hij er onverwachts gore moppen doorheen strooit, zijn onderbroek zo hoog optrekt dat zijn muzikanten er een beetje gegeneerd naar kijken en als hij samen met zijn muziekkameraad van het allereerste uur Erik van der Wurff als een malloot met een fles whisky over de vloer dweilt.

Maar die uitbarstingen van idiotie staan naast de uiterst gevoelige liedjes en verhalen over de vergankelijkheid en het falen van de samenleving om de ouderen de waardering te geven die ze verdienen.

Naast sprankelend nieuw materiaal kijkt Van Veen terug op zijn rijke loopbaan en zingt nog eens het hartverscheurende Amsterdam Zuid-Rivierenbuurt over de kille ontvangst van de joodse Nederlanders die de kampen hadden overleefd: ‘Maar het huis is van een ander, en je komt er niet meer in.’

Zonder al te sentimenteel te worden geeft Van Veen zijn kinderen en kleinzoon een plek in zijn overpeinzingen en neemt letterlijk en figuurlijk zijn hoed af voor zijn overleden tekstleverancier Willem Wilmink, die heel simpel stelde dat elke nieuwe immigrant uiteindelijk hetzelfde Enschedees praat.

Herman van Veen biedt alle ruimte aan zijn puike muzikanten, waaronder de wondergitarist Edith Leerkes, die hij jaren geleden heeft weggekaapt bij het Amsterdams Gitaar Trio en die nu in hoge mate de muzikale kleur van het programma bepaalt.

Van Veen heeft ‘nog geen vermolmde totempaal’ en heeft er ook nog geen behoefte aan om erachter te komen of God dood is. Over de lengte van het leven gaan we helaas niet, maar in de bloedvorm waarin Van Veen nog steeds steekt kan hij nog vele jaren in het theater voor lering en vermaak op topniveau zorgen.

Herman door Herman van Veen, met Erik van der Wurff (piano), Edith Leerkes (gitaar), Jannemien Cnossen (viool). Schouwburg Almere 15 mei. Tournee.

BRON: DE VOLKSKRANT (19 mei 2008)

---

HERMAN VAN VEEN PRACHTIG IN BALANS:

Harlekijn, muzikant en opa

Door: Annet de Jong 

Aan alles komt een begin, zegt Herman van Veen. Veertig jaar staat hij al op het toneel met zijn vaste pianist Erik van der Wurff en dat vieren ze met een nieuw programma. De chemie is er nog altijd, zo bewijzen ze samen met de topmuzikanten Edith Leerkes (gitaar) en Jannemien Cnossen (viool). Van Veen is de harlekijn – met ballonnen, pingpongballen en rare dansjes – de virtuoze muzikant en een toegewijde vader en opa. Zijn kleinzoon vormt de vertederende rode draad in de voorstelling.
Dochter ’Anne’, van zijn befaamde liedje, timmert inmiddels zelf aan de weg in de wereld van de kleinkunst en schreef een tekst die door haar vader op muziek werd gezet. Gepassioneerd vertolkt Van Veen de smachtende meisjeslyriek over het verlangen naar een jongen. Hij is melancholisch als het over zijn naasten gaat. Van Veen ontroert met teksten over een kind, of over zijn moeder: „Ik zou er veel voor over hebben om mijn moeder nog een keer te horen zeggen: Herman, al die flauwekul, die heb je niet van mij.”
Flauwekul is er ook. Van Veen speelt een Utrechtenaar die in het ziekenhuis is voor erectieproblemen. Een schaamteloze en hilarisch monoloog over seksuele opwinding op de verkeerde momenten. Samen met Erik van der Wurff doet hij een geestige dronkemansact, om die weer af te wisselen met een teder liedje.

Edith Leerkes, op blote voeten, maakt indruk met haar betoverende gitaarspel (haar prachtige cd ’Etude Feminine’ is ook een aanrader) en het spelplezier van alle muzikanten werkt aanstekelijk. En zo gaat dit programma van hoogtepunt naar hoogtepunt, maar niet zonder nog even een politiek statement te maken over verdraagzaamheid. Van Veen eindigt melancholisch, met ’Cirkels’ een van zijn mooiste teksten en een prachtig liedje voor zijn kleinzoon. Zo’n opa gun je iedereen en zo’n voorstelling gun je iedere theaterbezoeker: dit is zonder twijfel een van de beste kleinkunstvoorstellingen van het seizoen.

BRON: DE TELEGRAAF (19 mei 2008)

dinsdag 13 mei 2008

Rhenen viert het perfecte feestje
Gelderlander - Arnhem,Gelderland,Netherlands
Herman van Veen trekt zaterdag een volle zaal in de feesttent van Cabaret aan de Rijn in Rhenen. Deze week treden respectievelijk Tineke Schouten, ...meer

dinsdag 13 mei 2008

Op 12 mei hebben we onze Gallery in de Kerkstraat geopend. Er hangen en staan zo’n veertig werken. Grote en kleine doeken voor wie het zien wil.

Het zijn drukke dagen. Eereergisteren speelden en zongen we voor 2500 mensen in een supertent te Rhenen, eergisteren Pom pom pom voor een paar honderd vaders en moeders met hun kinderen in Hoofddorp, gisterenmorgen waren we in Heemstede in een gerenoveerd koetshuis, morgen spelen we in Nijmegen en dan twee keer in Almere. Daar waren we nog nooit. Dat bestond, toen ik begon te zingen, niet eens.
We reizen nog tot begin juni. Dan blijven de viool en de gitaar even in de kist voor de EK. Aan het kapsel van Marco van Basten valt op te maken, dat hij het kort zal houden. Hoop dat Rijkaard een Nederlandse club gaat trainen. Heb een zwak voor hem. Een verademing in dat toch wel beperkte voetbalgebeuren. Een liefhebber.

Zie af en toe om iemands pols een oranje wollen draadje. Protest in uitvoering.

Wil alle kinderen bedanken voor de mooie berentekeningen die wij mogen ontvangen. Er zijn mooie beren bij. Het boekje van Pom pom pom is leuk geworden. Verfrissend. Dat mag wel met dit weer. Kleed me gewoon maar niet meer aan.