dinsdag 6 mei 2008

De wereld draait door

Zat met mijn dochter Babette aan tafel bij “De wereld draait door”. Jan Smit, een jonge collega, heb ik laten voelen hoe sterk en flexibel mijn bilspieren zijn die mijn stembanden letterlijk ondersteunen bij zangprestaties. Hij mocht er even in knijpen. Dat heeft nogal wat teweeg gebracht. TROUW: “Novum: Jan Smit zat aan de gespierde billen van collega Herman van Veen.” FOKNIEUWS.NL: “Jan Smit zit aan kont Herman van Veen.” Enz.
Bij de slager bij ons in het dorp hoorde ik dat iedereen nu zijn bilspieren aan het oefenen was. Bij een stoplicht riep een amateurzanger, dat het een wereldtip was.

Er zijn ook nogal wat vragen gekomen over de vermeende onsterfelijkheid. Voor de uitzending ontmoette ik de oude bekende Jan Mulder. Hij zag op een grappige manier nogal op tegen het ouder worden. Ik troostte hem met het feit dat ik in “Die Welt” van zaterdag 26 april een artikel had gelezen met als kop: “Die Seele gibt es wirklich.” De ziel bestaat. “Das Bewustsein ist neben Raum, Zeit, Materie und Energie ein weiteres Grundelement der Welt, sagen einige Forscher. Sie weisen damit einen Weg von der Wissenschaft zur Religion.”
Het artikel laat ons weten dat binnen de kwantumfysica er wetenschappers zijn die menen te kunnen bewijzen dat de dood slechts een overgang is. Een terugkeer of stap voorwaarts naar al dan niet bewuste energie. De mens sterft wel, zijn ziel niet, stellen zij vast. Of wij ons daarvan bewust zullen zijn, blijft de vraag.
Kon Jan Mulder dus geruststellen. Er komt geen einde aan. En “Wie weet?” Hij bracht ons gesprek tijdens de uitzending ter sprake. Was daardoor verrast. Zocht naar woorden. Naar aanleiding van dat zoeken kwamen er bij de redactie en bij ons nogal wat vragen over wat, waar en hoezo? Vandaar.

maandag 5 mei 2008

Gewonnen

De laatste dagen veel voetbal op tv. Liverpool, Barcelona, Manchester United, Bayern München en zo. Grote namen, grote volksclubs. Mag daar graag naar kijken. Met een koude jenever of een hete chocola. Heb er ooit van gedroomd topvoetballer te worden of ballenjongen bij interland voetbalwedstrijden. Het is er nooit van gekomen. Heb wel heel veel gevoetbald. Op straat, tegen de stoeprand. Op het schoolplein en later bij een echte club. Bijna twintig jaar op de vleugel bij de trots van ons dorp.

Schoolvoetbal vond ik het leukst. Vooral het Paastoernooi. Speelde je tegen de scholen uit de buurt. Ook tegen de deftigen, zoals bijvoorbeeld de Koningin Wilhelminaschool waar de rijke kinderen op zaten. Zij hadden alles. Mooie witte gestreken broeken, gestreepte blauwe shirts en sokken. Echte kicks en heuse scheenbeschermers. Wij speelden op gympies. In onze flets gewassen gymnastiek spullen. Geen belemmering. We haalden ooit de finale. Moesten spelen tegen de rijken die rustig speelden. Of zoals de Nederlandse dichter Willem Wilmink zegt: “Rustig en met overleg”. Wij waren straathonden. Schopten wat we konden raken. Alles om te winnen. Uiteindelijk speelden we gelijk. Penalty’s, die we verloren omdat Alex bij het schieten van zijn strafschop in plaats van de bal zijn rechtergympie in de bovenhoek schoot. We waren in tranen, wilden niet meer leven van schaamte. Meester Mok zei nog om ons te troosten dat we de voetbalwedstrijd hadden verloren maar de klassenstrijd gewonnen.
Wat had ik daar nou aan?

woensdag 30 april 2008

Verontwaardiging

Toen ik mijn hand op de schouder van de stewardess wilde leggen, bedacht ik mij. Niet iedereen is daar van gediend. Ben nogal aanrakerig. Knuffel de mensen al snel. Dat heb ik van thuis. Mijn moeder kon zo maar de hand van een volstrekt vreemde mens pakken, om haar te vragen waar ze dat enige mantelpakje had gekocht. Ook mijn vader was aangenaam handtastelijk. Kon iemand tijdens het schateren spontaan op de schouder slaan. Of speels een schop geven.

Heb met mijn aanrakingstalent eigenlijk nooit last gehad. Tot verleden week. Logeerde in Hotel De Witte Lelie in Antwerpen. Had mijn auto ’s avonds op de parkeerplaats in de smalle Keizerstraat keurig voor het hotel gezet. Daar is een gereserveerde plek langs de stoep voor een paar auto’s.
De volgende ochtend wilde ik wat uit mijn auto halen. Had iemand vlak voor mij, zijn wagen neergezet. Zo’n, wat in de volksmond, een PC Hooft-tractor wordt genoemd. Zo’n wagen is misschien praktisch op de pampa’s van Argentinië, maar voor de historische binnenstad van Antwerpen wat groot.
De eigenaar van de kolos bleek een druk telefonerende vrouw, die onder haar achterkap stond te discussiëren met iemand in haar handy, terwijl ze met haar rechterhand notities maakte op een blaadje. Toen ze mij vanuit haar ooghoeken zag, gaf ze me de opdracht mijn auto ogenblikkelijk te verplaatsen, want ze zou er niet uitkunnen. Volgens mij kom je met zo’n tractor overal uit, of overheen, zelfs over mijn bescheiden personenauto. Zeg haar: “Mevrouw, de stoep is nog geen vijf centimeter hoog. Daar kunt u toch makkelijk vooruit overheen?” Haar ogen schoten vuur. “Verplaatst u uw auto, mijnheer,” beet ze me toe. Belde aan, omdat mijn autosleutels nog in het hotel lagen. De eigenares deed open. Ze zag de enorme auto op haar parkeerplaats staan. “Is zij een gaste?“ vroeg ik. “Nee. Ze mag daar niet staan.” “Kunt u even mijn autosleutels pakken?” Terwijl de eigenaresse wegliep om mijn sleutels uit mijn vakje te gaan halen, liep ik naar de nog steeds telefonerende vrouw. Legde mijn hand op haar schouder en zei dat ik zo mijn auto zou verplaatsen. Ze sprong naar achteren en gilde dat ik van haar af moest blijven. “Raakt u mij niet aan! Raakt u mij niet aan!” Een man op een fiets keek naar me alsof ik iemand had aangerand. Een voetganger schudde het hoofd. Een stortvloed van harde woorden werd mijn deel.

Ik werd witheet en razend. Word dat nooit. Mijn slapen bonsden. Ben nauwelijks boos te krijgen. De laatste keer was, geloof ik, in 1956, omdat iemand mijn tol had gestolen en twintig jaar later op jou. Er gebeurde iets volstrekt vreemds voor mij. Had de neiging die vrouw op een zachte plek een geweldige schop te geven. Kon me maar nét beheersen. Ik was daarover zo verbaasd dat de tranen in mijn ogen sprongen, zo weinig, zo weinig is er nodig om een rustige oudere man te veranderen in een vrouwenschopper. Ik schaam me diep.
dinsdag 29 april 2008

Dierbaren

Mijn jongste zoon werkt in zijn vrije tijd voor de dierenambulance bij ons in het dorp. Dan krijgt hij bijvoorbeeld een weekend lang een buitengewoon gele auto die is ingericht als EHBO-post voor de kleine dieren. Kippen, poezen, egels, ganzen, schildpadden, slangen, niet volwassen kangoeroes, konijnen, honden, parelhoenders en zo. Die auto staat dan voor ons huis alles te verkleuren. Bij dat schreeuwende geel past geen kleur die op en om ons huis te vinden is.

Mijn jongste zoon raakt over wat hij beleeft met al dat dierengrut niet uitgepraat. Verleden week moest hij tot 3 keer toe diereneigenaars vertellen dat ze dierenweduwes en dierenweduwnaren geworden waren. Geen eenvoudige opdracht.
Toen onze poes werd doodgeschoten door jagers die dachten dat het een vos was, zijn mijn vrouw en ik ook flink van slag geweest.

We luisterden naar hem, mijn vrouw, een stagiaire die nu bij ons woont en ik, met een half oor. Zoals je meestal luistert naar wat er zo doordeweeks verteld wordt. Ja, het is treurig.
Zondagmiddag nog zag hij er geweldig tegen op om een oude vrouw te gaan vertellen dat haar snoetje niet meer thuis zou komen.
De telefoon ging. “Mag ik Anneke even?” Anneke is de stagiaire. Anneke liep naar de telefoon met een brede glimlach. Haar moeder uit Zuid-Afrika. Haar gezicht betrok, een snik, een gil. Haar hondjes waren op het zandpad bij haar huis door een achteruit rijdende auto dood gereden. Ons huis werd stil van verdriet.

Moest aan Bandit denken, onze 3 jaar geleden overleden Border Collie. Heb zijn gekwispel nooit kunnen missen.
Mijn zoon, hij heeft gelijk, zoiets kun je iemand niet vertellen. En als, dan nauwelijks.

maandag 28 april 2008
vrijdag 25 april 2008

Erik van der Wurff heeft,
zo vertelde hij mij gisteravond in Doetinchem,
de Gouden Notenkraker gewonnen.
Een speldje van puur edelmetaal
droeg hij fier op de borst.
We hebben hem met z’n allen hartelijk gefeliciteerd.
Want als er iemand is die zo’n waardering verdient,
dan is het Erik wel.





-- PERSBERICHT --

Arjan Ederveen en Erik van der Wurff winnen de Gouden Notekraker 2008

In een sfeervol Paradiso en in aanwezigheid van vrijwel alle genomineerden zijn maandagavond 21 april de Gouden Notekrakers 2008 uitgereikt. Stemming onder de 10.000 acteurs en musici, aangesloten bij de initiator van de prijs, de naburige rechtenorganisatie NORMA, wees uit dat Arjan Ederveen (Toneel) en Erik van der Wurff (Muziek) de meeste indruk op de collega's hebben gemaakt.

De nominatiecommissie motiveerde de uitverkiezing als volgt:

Arjan Ederveen – Winnaar Gouden Notekraker Toneel 2008
Acteur en maker met een onnavolgbare, eigenzinnige, vaak komisch-tragische stijl die mede door de scherpe observaties van grote waarde is voor het Nederlandse theater en televisie. Van Theo (van Thea) via Creatief met Kurk, Dertig Minuten en de Pietje Bell-films tot en met zijn rollen in Oliver! en De Grote Verdwijntruck, iedere keer bewijst Arjan Ederveen weer zijn ongeëvenaarde talent.
Actueel: The Fantasticks, met een speelperiode van 42 jaar en ruim 17.000 voorstellingen onmiskenbaar een van de meest succesvolle Broadway producties ooit, krijgt met o.a. Arjan Ederveen en Johnny Kraaijkamp jr een Nederlandse uitvoering. Tot 25 mei in het Tranformatorhuis bij de Amsterdamse Westergasfabriek, daarna in het Theater aan het Spui in Den Haag.
Ook is Arjan Ederveen met onder ander Loes Luca vanaf oktober 2008 te bewonderen in het toneelstuk Hera - de comeback van een godin.

Erik van der Wurff – Winnaar Gouden Notekraker Muziek 2008
Erik van der Wurff is een veelzijdig pianist/orkestleider, arrangeur, componist en producer met een lange, schier eindeloze staat van dienst. Hoewel vaak actief achter de schermen kent het grote publiek hem al 40 jaar als begeleider en componist van Herman van Veen. Daarnaast componeert Van der Wurff muziek voor films en televisie en werkte hij samen met onder meer Robert Long (Vroeger of Later, Levenslang), Toots Thielemans en John Denver.
Recent zijn van der Wurff’s orkestraties voor o.a. Jenny Arean en Liesbeth List.

Gouden Notekraker
Sinds 1974 is de Gouden Notekraker de onderscheidende prijs ván uitvoerende kunstenaars vóór uitvoerende kunstenaars. Met de prijs wordt de collegiale waardering uitgesproken voor de bijzondere verdiensten waarmee de winnaars de podiumkunsten in Nederland kleur hebben gegeven. Rechtenstichting NORMA heeft de prijs in 2007 de categorieën Muziek en Toneel nieuw leven ingeblazen. De Gouden Notekraker biedt een artistieke, maatschappelijke en promotionele stimulans voor uitvoerende kunstenaars en heeft daarom een directe relatie met de doelstelling van NORMA.

Het actuele belang van de Gouden Notekraker
Publieke uitvoeringen zijn als altijd een belangrijke katalysator voor artistieke ontwikkelingen van de dynamische kunstvormen als muziek en toneel. In een tijd van teruglopende inkomsten uit cd-verkoop en afnemende subsidies, is promotie voor live-muziek essentieel voor het (voort-)bestaan van uitvoerende musici. Bij toneel zijn podiumuitvoeringen het kloppende hart van de kunstvorm zelf.

Nominatiecommissie Gouden Notekraker 2008
De nominatiecommissie heeft acht genomineerden geselecteerd. De voorzitter van de nominatiecommissie zal verder controle uitvoeren op de stemuitslagen.
De nominatiecommissie is samengesteld uit de laatste winnaars van de Gouden Notekraker en uit de kringen van NORMA en de vakbonden Ntb en FNV-KIEM: Loes Luca - Winnaar Gouden Notekraker 2007 Toneel -
Wende Snijders - Winnaar Gouden Notekraker 2007 Muziek-
Erwin Angad-Gaur (voorzitter): muzikant, secretaris van de Ntb, bestuurslid van NORMA
Thomas Boer: acteur, regisseur en lid van de Vakgroep Drama & Co van FNV-Kiem
Frederik de Groot: acteur, producent en voorzitter van het NORMA bestuur

Nominatie criteria
De commissie hanteerde de volgende beoordelingscriteria:
• De mate van invloed van de genomineerden op de ontwikkeling van- en impact op de ‘live’ aspecten van het betreffende genre
• De verdiensten van de genomineerden voor de podiumkunsten in het algemeen
Verder heeft de commissie per genre een zo breed (stroming/stijl) mogelijke lijst samengesteld.

Eerdere notenkraker winnaars zijn onder anderen:
Boy Edgar 1974
Dutch Swing College Band 1977
Jan Akkerman 1978
Goldon Earring 1980
Mini en Maxi 1983
Eddie Christiani 1984
Carry Tefsen 1987
Rob de Nijs 1989
Mathilde Santing 1990
Het Goede Doel 1990
Karin Bloemen 1994
Jenny Arean 1996
Normaal 1998
Bløf 2000
Loes Luca 2007
Wende Snijders 2007
en ondergetekende in 1988.



-- GOUDEN NOTEKRAKER 2008 VOOR ARJAN EDERVEEN EN ERIK VAN DER WURFF --

Door Rik van Boeckel

De lange en de kleine man stonden naast elkaar na afloop van de bekendmaking van de Gouden Notekraker 2008 naast elkaar op het podium van Paradiso. Arjan Ederveen won in de categorie toneel, Erik van der Wurff, pianist van Herman van Veen, in de categorie muziek. “Ik had dit niet verwacht,” zei een zichtbare verraste Arjan Ederveen tegen zijn het publiek. “Ik had gedacht dat Joan Nederlof zou winnen”. “Ik draag deze prijs aan iedereen op die een passie heeft voor muziek,” zei Erik van der Wurff die al een carriere van 43 jaar achter de rug heeft. “Hij is klein van stuk maar in zijn werk is hij groots en meeslepend,” zei Loes Luca met haar welbekende gevoel voor humor over hem.

Frederik de Groot, voorzitter van de Norma die deze prijs vorig jaar weer een nieuw elan heeft gegeven, sprak in zijn beginrede over ‘een grote familie van de artiesten’ en liet weten moe te worden van ‘mensen die ons proberen te ondermijnen’. De Groot is lid van de nominatiecommissie met onder andere Loes Luca en Wende Snijders (winnaars van vorig jaar) en legde me later uit dat de selectiecriteria voor de nominaties zijn: originaliteit, talent en doorzettingsvermogen.

In de categorie muziek was dat heel duidelijk en dat bleek ook wel uit de optredens: de subtiele ingetogen jazz van saxofoniste Tineke Postma valt niet te vergelijken met de swingende uiterst muzikale hiphop van Pete Philly; het onnavolgbare gitaarspel van Jimmy Rosenberg is een wereld van verschil met het stemmige naar klassiek neigende pianospel van Erik van der Wurff. Maar het was wel allemaal even mooi. Van der Wurff stapte vol plezier uit zijn rol als begeleider van Herman van Veen. Hij speelde vier stukken waaronder een persiflage op de tango. “Die wordt de laatste jaren te populair, riep hij met gevoel voor understatement.”

De prijs vond hij een bekroning voor een langdurige carriere. “Die is mij, denk ik, toegekend omdat ik zo breed bezig ben. Dat wordt gewaardeerd door mijn collega’s want die stemmen tenslotte op je. Ik draag deze prijs op aan een ieder die passie heeft voor muziek. Als je wat wil bereiken, moet alles wijken voor de muziek. Het is een geweldig vak maar ook keihard, omdat je geen sociaal leven hebt. Daar heb je passie voor nodig.”

BRON: CultuurPodium.nl

maandag 21 april 2008

Verontwaardiging

Toen ik mijn hand op de schouder van de stewardess wilde leggen, bedacht ik mij. Niet iedereen is daar van gediend. Ben nogal aanrakerig. Knuffel de mensen al snel. Dat heb ik van thuis. Mijn moeder kon zo maar de hand van een volstrekt vreemde mens pakken, om haar te vragen waar ze dat enige mantelpakje had gekocht. Ook mijn vader was aangenaam handtastelijk. Kon iemand tijdens het schateren spontaan op de schouder slaan. Of speels een schop geven.

Heb met mijn aanrakingstalent eigenlijk nooit last gehad. Tot verleden week. Logeerde in Hotel De Witte Lelie in Antwerpen. Had mijn auto ’s avonds op de parkeerplaats in de smalle Keizerstraat keurig voor het hotel gezet. Daar is een gereserveerde plek langs de stoep voor een paar auto’s.
De volgende ochtend wilde ik wat uit mijn auto halen. Had iemand vlak voor mij, zijn wagen neergezet. Zo’n, wat in de volksmond, een PC Hooft-tractor wordt genoemd. Zo’n wagen is misschien praktisch op de pampa’s van Argentinië, maar voor de historische binnenstad van Antwerpen wat groot.
De eigenaar van de kolos bleek een druk telefonerende vrouw, die onder haar achterkap stond te discussiëren met iemand in haar handy, terwijl ze met haar rechterhand notities maakte op een blaadje. Toen ze mij vanuit haar ooghoeken zag, gaf ze me de opdracht mijn auto ogenblikkelijk te verplaatsen, want ze zou er niet uitkunnen. Volgens mij kom je met zo’n tractor overal uit, of overheen, zelfs over mijn bescheiden personenauto. Zeg haar: “Mevrouw, de stoep is nog geen vijf centimeter hoog. Daar kunt u toch makkelijk vooruit overheen?” Haar ogen schoten vuur. “Verplaatst u uw auto, mijnheer,” beet ze me toe. Belde aan, omdat mijn autosleutels nog in het hotel lagen. De eigenares deed open. Ze zag de enorme auto op haar parkeerplaats staan. “Is zij een gaste?“ vroeg ik. “Nee. Ze mag daar niet staan.” “Kunt u even mijn autosleutels pakken?” Terwijl de eigenaresse wegliep om mijn sleutels uit mijn vakje te gaan halen, liep ik naar de nog steeds telefonerende vrouw. Legde mijn hand op haar schouder en zei dat ik zo mijn auto zou verplaatsen. Ze sprong naar achteren en gilde dat ik van haar af moest blijven. “Raakt u mij niet aan! Raakt u mij niet aan!” Een man op een fiets keek naar me alsof ik iemand had aangerand. Een voetganger schudde het hoofd. Een stortvloed van harde woorden werd mijn deel.

Ik werd witheet en razend. Word dat nooit. Mijn slapen bonsden. Ben nauwelijks boos te krijgen. De laatste keer was, geloof ik, in 1956, omdat iemand mijn tol had gestolen en twintig jaar later op jou. Er gebeurde iets volstrekt vreemds voor mij. Had de neiging die vrouw op een zachte plek een geweldige schop te geven. Kon me maar nét beheersen. Ik was daarover zo verbaasd dat de tranen in mijn ogen sprongen, zo weinig, zo weinig is er nodig om een rustige oudere man te veranderen in een vrouwenschopper. Ik schaam me diep.

maandag 7 april 2008


Verleden week is in Elandsdoorn, Moutse, Zuid-Afrika, begonnen met de bouw van The Miracle II. Een theater in het Ndlovu Community Centre. September a.s. gaat hetzelfde gebeuren in Soweto, in het Ipelegeng Community Centre in White City Jabavu, een buurtkunstencentrum waar de mensen hun verhaal kunnen spelen, zingen en dansen. In Soweto wonen meer dan 1 miljoen mensen. Er zijn geen of nauwelijks speelplekken. U kunt hen helpen door een stoel in de zaal van The Miracle te kopen. We zijn 1 week geleden begonnen met de verkoop van die stoelen. Er zijn er 303, waarvan we er inmiddels 52 hebben verkocht. De prijs van een stoel is 500 euro.
 

(klik op de afbeelding voor een uitvergroting)


Verleden week donderdag speelden Edith Leerkes, Anne van Veen en ik bij ons in de Schaapskooi de eerste leesvoorstelling van ‘Pom pom pom’, het verhaal van Benjamin IJsbrand Beer die met zijn vader en moeder moet vluchten voor het smeltende ijs. Het werd een feestje dat we nog eens gaan vieren op 13 april in IJsselstein, op 4 mei in Gent, op 7 mei in Oss, op 11 mei in Hoofddorp en 18 mei in Zwolle, in Middelburg 25 mei, op 28 mei in Hoorn.


(klik op de afbeelding voor een uitvergroting)


(klik op de afbeelding voor een uitvergroting)

Het boek ‘Pom pom pom’ verschijnt deze maand bij Uitgeverij Callenbach in Kampen.
   
Vanaf woensdag is de tentoonstelling ‘Mata Hari - Schuldig of naïef’ 2 maanden te zien in de Antwerpse Boerentoren. Boeken, foto’s, kostuums, voorstellingen, beelden en geluiden die vertellen van Margaretha Zelle, beter bekend als Mata Hari.
 

(klik op de afbeelding voor de speellijst)

3 mei a.s. begint de kaartverkoop voor onze verjaardagsherfstvoorstelligen in Carré. Schrijft u bij ons in, uitsluitend voor de eerste week, dan krijgt u van Harlekijn een eersteweeks verjaardagsreductie. Wij spelen alweer 40 jaar. Deze reductie geldt voor dinsdag 28, woensdag 29, donderdag 30 en vrijdag 31 oktober. Als u interesse hebt stuur dan een e-mail naar: 
Dat kan vanaf vandaag.
 

 
Op 27 mei speelt Edith Leerkes haar ‘Etude F’ in de Singer in Laren. Het Harlekijn Danstheater zal tijdens dit concert een gastoptreden verzorgen. ‘We’re watching you’, een gedanste bommelding.

dinsdag 25 maart 2008

Bezoek Herman van Veen

Op vrijdagmiddag 29 februari bezocht Herman van Veen onze gemeenten in de Gereformeerde Kerk voorafgaand aan de voorbereidingen voor zijn voorstelling in Theater de Leest. We hadden hem uitgenodigd vanwege zijn boekje 'Goeie Genade. Hoogstpersoonlijk', een boekje met persoonlijke verhalen bij de verhalen uit de bijbel van zijn opa, een Statenbijbel. Met hem meegekomen was gitariste Edith Leerkes, die behalve in de voorstelling ook hem terzijde stond in het tv-programma 'Herman van Veen vertelt van Kerst'.

De Bijbel

'Begrijpt u me goed.' zegt hij in het slothoofdstuk van zijn boek, 'Mijn bijbel is niet de Bijbel. De mijne is die van mijn opa die nu bij ons in de huiskamer op de tafel ligt.'

Herman vertelt ons wat de concrete aanleiding is van het schrijven van zijn hoogstpersoonlijke boekje. De Statenbijbel van zijn opa is van vader op zoon nu in zijn handen terecht gekomen. Nu zijn zoon aangegeven heeft te gaan samenwonen, moet hij deze bijbel doorgeven. Omdat hij hem kwijtraakt, wilde hij zijn eigen belevenissen ermee opschrijven.

Herman vertelt dat de bijbel voor hem geen boek van feitelijke waarheden is. Dat heeft hij van jongs af aan meegekregen, omdat zijn familie levensbeschouwelijk zo veelkleurig was. Zijn opa was volgens zijn moeder 'christelijk hysterisch', zijzelf was Joods van origine (en geloofde in wat ze zag) en zijn vader overtuigd socialist. Ieder had dus zijn eigen voorstellingsvermogen, die voor Herman naast elkaar kunnen bestaan, omdat we er nooit achter zullen komen hoe het feitelijk nu allemaal in elkaar zit. 'De schepping hangt niet af van ons voorstellingsvermogen' houdt hij ons voor.

De bijbel is geen feitelijk boek. En daarom kan de bijbel zichzelf tegenspreken, maar moet je het ook niet proberen recht te praten. En zo leest hij de bijbel: 'Ik las het en heb het niet begrepen. Herinner me de woorden die mijn grootvader las en die telkens weer, te pas en te onpas, in mijn leven opduiken.'

Zo zal een predikant hem nooit boeien die begint bij de tekst, maar wel één die vertelt hoe het bijbelverhaal in zijn, in ons leven opduikt. Herman vertelt ook dat hij bij geen enkele kerk hoort.

De betekenis van de bijbel is voor Herman groot. Onze wortels liggen erin. En die wortels zijn net zo belangrijk als ons leven, vertelt hij ons aan de hand van de metafoor van een boom die je pas voor de helft omzaagt op de grond; de helft zit onder de grond.

Daarom moeten de bijbelverhalen aan kinderen worden doorverteld. De betekenis ervan is behalve het voorbeeld van Christus, die hij een 'formidabele figuur' vindt, ook in het leren ervan. Er wordt veel te weinig uit geleerd, betoogde Herman. In de bijbel kun je lezen wat er allemaal mis kan gaan en wat er dan met je gebeurt.

Daarmee heeft hij ook oog voor het kapotte in de bijbel, dat hij meer in het Oude dan in het Nieuwe Testament ziet. Maar dat kapotte moet er ook zijn om het heel te laten zijn. Een mooie gedachte om ook met het lijden in de bijbel overweg te kunnen.

Bij dat lijden wil hij echter niet blijven staan, ook niet bij het lijden van Christus.
Hij vertelt het verhaal van hoe zijn moeder bij hem een splinter uit zijn vinger haalde en hoe hij vervolgens op de slaapkamer van zijn ouders met een nijptang Jezus van het kruis haalde. Waarom moet Hij daar blijven hangen? We moeten ervan leren en voorkomen dat het weer gebeurt.

Maar zo gaan mensen er niet mee om, en zeker niet met Jezus, vertelt een gedicht uit het tv-programma dat hij vanmiddag voorleest:

Zou je leven als Jezus
als een heilige, een engel,
mensen zouden je niet begrijpen.

En als je zou proberen
je vreugde, je vrede te verklaren
de mensen zouden naar je woorden luisteren
in plaats van ze te verstaan.

Ze zouden je woorden herhalen
er niet naar leven
na verloop van tijd zich afvragen
hoe het komt dat jij bezit
wat hen ontbreekt.

Ze zouden jaloers worden
woedend worden
je willen overtuigen
dat jij in plaats van hen
de goddeloze bent.

En als de pogingen jou je geluk af te nemen mislukken
zullen ze je pijn doen
en in razernij ontsteken.

En als je ze zou zeggen
dat het je niet interesseert
dat zelfs de dood je geluk, je vrede
niet kan afnemen,
zullen ze je afmaken om hun gelijk te halen.

En als ze dan de vrede
op je dode gezicht zien
verklaren ze je heilig


De liefde

Waar gelooft Herman in? In de liefde. Een vraag of hij aan zijn kinderen de bijbelverhalen heeft kunnen meegeven beantwoordt hij met wat hij ziet: hij beschrijft zijn kinderen die stuk voor stuk gevoel voor het leven en de liefde laten zien.

Geloven doe je. Liefde is een werkwoord. Voor zijn eigen leven beschrijft hij dat met zijn inzet voor Unicef en specifiek in zijn eigen Foundation voor de rechten van het kind. Hij legt zijn betrokkenheid daarbij uit met de volgende tekst uit zijn theaterprogramma:

Een vrouw die haar man verloren is
heet een weduwe
Een man die zijn vrouw verloren is
heet een weduwnaar
Een kind dat zijn ouders verloren is
heet een wees.

Maar hoe noem je ouders
die hun kind verloren hebben?

Er is geen woord voor…


Hij komt op voor de rechten van kinderen waar niemand naar omziet, omdat ze hun stem niet kunnen laten gelden. Hij klaagt de mensen aan die gezinnen terugsturen naar het land van herkomst, terwijl recht op onderwijs, een dak boven het hoofd en dergelijke niet eens gegarandeerd is, terwijl dat wel door de rechten van het kind geëist wordt.

TV-programma bij de EO

Tot slot vertelt Herman samen met Edith over het tv-programma bij de EO. Er zijn heftige discussies gevoerd over het programma met de EO, mede, zegt hij, omdat mensen daar hem niet zo associeerden met een verhaal over Jezus, terwijl het hem zo na aan het hart ligt. Tegelijkertijd laat hij echter ook zien dat hij begrip heeft voor de wijze waarop zij er tegenaan keken. Dat moesten ze zeggen, beseft hij. Zo laat ook de voorstelling in de Naardense Kerk zien dat de schepping ons voorstellingsvermogen te boven gaat.

Edith vertelt hoe ze op een gezamenlijke adem de voorstelling maken en tekst en muziek in elkaar laten kruipen. We hebben even van hun samenwerking mogen genieten in een kort Avé Maria als onderdeel van een van Hermans verhalen.

Hoogste woord

Tot slot overhandigen we aan Herman als dank voor de hoogstpersoonlijke en liefdevolle wijze waarmee hij over de verhalen uit de bijbel vertelt, de kinderbijbel 'Het hoogste woord' dat de verhalen uit de bijbel op een hoogstpersoonlijke manier navertelt onder het motto dat hem zichtbaar aanspreekt: 'geloof maar gewoon, dan geloof je al gek genoeg.'
Een mens blijft altijd een kind, ook als hijzelf opa is…

Herman van Veen heeft het heel leuk gevonden in onze gemeenten te gast te zijn. Hij noemde het publiek 'lieve mensen' en 'de kern van de samenleving; deze mensen care-n', zorgen, zei hij voor zijn vertrek. We kijken terug op een hele fijne middag met elkaar.

Sandra Gaakeer en ds. Otto Grevink

vrijdag 21 maart 2008

Met de kerst speelden Edith en ik in de Stephansdom te Wenen. Een enorme kathedraal die anders dan de meeste katholieke kerken eigendom is van het Weense volk. Vanaf het altaar kon ik over de hoofden van de mensen al zingend de paar honderd meter verderop gelegen grote deuren van de in- en uitgang zien en er achter door het melkwitte glas de mensen op straat. Een indrukwekkend diffuus beeld. Een kruis in glas. Dat het een kruis was, is toeval. De verticale balk scheidt de twee deuren. De horizontale balk ontstaat door links het bordje “Uitgang” en rechts het bordje “Ingang”.
Heb dat beeld geschilderd en het “Het blauwe kruis” genoemd. Dit doek krijgt nu een plekje in de Weense kathedraal. Mocht het gisteren overhandigen aan Plebaan, Toni Farber. Hoog in een steenkoude kapel voor de verzamelde Weense pers. Het doek: een “kruis”, een “zwaard”, een “in- en uitgang”, blauw oplichtend in duisternis in een omgekeerde hemel. Acryl en krijt.



Buiten sneeuwt het en is het 0 graden. En bijna palmpasen. Vroeger op school mochten we dan zelf een houten kruis maken, volgehangen met slingers, paasbroodjes en eieren. Op de piek een paashaas met twee krenten-ogen, of een haan met rozijnen-ogen. Daar liep je dan fier mee over straat en zong je “palm-palm-pasen, ei koerij”, weet niet of je dat zo schrijft. ’s Avonds mocht je alles wat er nog van over was opeten. Van het kruis bleef een zwaard over waarmee je vocht totdat het donker werd. Altijd om de hand van Dieneke, Tineke, Nettie, Trees of Olga.