maandag 7 januari 2008

Goede voornemens

Wens u
gezondheid, geluk en wijsheid.
Dat er appels op de hoofden
van uw vijanden mogen vallen.
Alle punten op uw i’s komen.
U vreemde talen leert
om zo het zwijgen van de buitenlanders
beter te kunnen verstaan.
Dat u niet te vertrouwelijk
met uzelf wordt.
Geloof de sprookjes niet,
ze zijn waar.
Wens u,
dat u door geen krant
uw blik
op de wereld laat belemmeren.
Dat u uw hoofd niet verliest
aan dees of gene zeis.
Denk eraan,
de dood sterft nooit
zoals wij mensenzielen uit.
Dat u in geen God gelooft
die op u lijkt.
Dat u de feiten
niet aankleedt.
Laat u nooit met idioten in,
als u geen psychiater bent.
Loop niet met blote voeten
over rozen.
Zie in
dat de mééste mensen eenzaam zijn.
Zeg niet, ik ben
maar zál er zijn.
Wens u minder woorden
en niet te veel sjoege.
Alleen zij die een gezond verstand hebben
worden gek.

Herman van Veen

maandag 24 december 2007

Wens u allen een vredige Kerst en een gezond 2008

Herman

zondag 23 december 2007

Bromvlieg

Samen op de foto in de krant stonden twee jongens met gitaren en een man van een jaar of vijftig, keurig in het pak met een basgitaar. De jongens, studenten. De man, een Amerikaans presidentskandidaat. Hij lijkt de verrassing van de voorverkiezingscampagne te worden.
Mike Huckabee is zijn naam. Hij was ongeveer 10 jaar gouverneur van Arkansas. Speelt voor zijn plezier bas in de rockband Capitol Offense. Hij was dik, lees ik, maar viel 45 kilo af. Loopt marathons, schrijft over zijn levensgangen heuse boeken. Lijkt op een acteur uit een vijftiger jaren-film. Was ooit doopsgezinde dominee. Spreekt met een prettig zuidelijk accent. Komt op voor de kleine man. Is nog steeds bij zijn eerste vrouw. Tegen abortus. Voor gematigde belastingverhogingen. Een conservatief christelijke republikein. Heeft geen ervaring met buitenlandse politiek. In vergelijking met de andere presidentskandidaten nauwelijks geld. Gebruikte nooit drugs. Liet zich nooit bevredigen door geen enkele stagiaire. Is genuanceerd over buitenlanders en groot voorstander van de doodstraf. Partnerschappen tussen gelijkslachtige personen wijst hij fel af, de oorlog in Irak juicht hij toe, hij is aanhanger van het creatinisme wat hij op de scholen wil onderwijzen.
8 januari 2008 zullen we weten dat hij een republikeinse voorverkiezing zal winnen.

Waarom ik dat nu al weet? Een TV-interviewer vroeg hem afgelopen zondag: “Met zoveel minder geld dan de anderen kunt u toch hele-maal niet winnen?” Huckabee antwoordde: ”Gezien zijn omvang en de spanwijdte van zijn vleugels is het volgens de wet van de aeronautica voor een bromvlieg onmogelijk te vliegen. Maar de bromvlieg, onwe-tend van deze wetenschappelijke feiten, gaat gewoon door en vliegt toch.” Wat Huckabee daar zegt is niet waar. Gods schepping, de bromvlieg, is perfect. Huckabee liegt. Of is bewust onwetend. Dat maakt hem tot een karakteristiek politiek winnaar.

En hoe ik dat weet van die bromvlieg? Ik ben er jaren een geweest.

maandag 17 december 2007

Boven de wolken

Altijd weer als ik in een vliegtuig zit, verbaas ik me over de schoonheid van de hemel boven de wolken. Ademloos kan ik door zo’n pietepeuterig raampje zitten turen naar de pracht die onder zo’n vliegmachine wegglijdt. Vandaag vlieg ik van Hamburg naar Amsterdam. Rond half vier in de middag. De zon hangt schuin voor ons en dendert een verzengend licht over het wolkenlandschap, dat er uitziet alsof er 100000en precies naast elkaar gelegde luchtige bloemkolen drijven. Wolken doen mij altijd weer denken aan Selma Meerbaum-Eisinger, dat joodse meisje dat in de Tweede Wereldoorlog in een werkkamp werd vermoord en de wereld 57 prachtige gedichten naliet. Haar laatste woorden waren:

Das ist das Schwerste: sich verschenken
und wissen, dass man überflüssig ist,
sich ganz zu geben und zu denken,
dass man wie Rauch ins Nichts verfließt.


Darunter mit rotem Stift und hastig dahingeworfenen Lettern:
Ich habe keine Zeit gehabt zu Ende zu schreiben ...“

Ze is, verbijsterend, in rook opgegaan.
Zoals water in wolken die verdwijnen als de spreekwoordelijke sneeuw voor de zon. Wat me doet denken, dat de dood van mensen niet het verlies van hun geschiedenis mag betekenen.

dinsdag 4 december 2007

Was onderweg met Edith’s Etude Feminine. In de Speeldoos te Baarn, de mooie oude kerk van Soest en die van Emmen, Concordia Enschede, een wat wonderlijk zaaltje in Aken, de glazen concertzaal van de Philharmonie in Essen, waar we ooit Windekind speelden, de kleine zaal van het Brucknerhaus in Linz, in Saarbrücken, waar ik verstek moest laten gaan in verband met een talkshow in Hamburg, de kleine zaal van de Arenberg Schouwburg in Antwerpen en tot slot in Horbach, bij iemand thuis die net als wij naast het huis een plek hebben gebouwd om te musiceren.
Edith heeft het prachtig gedaan. Mooie stukken, goed gespeeld, een boeiende rode draad en een publiek dat haar maar moeilijk los kon laten. Na afloop van het laatste concert kon ze alleen maar via een nogal eindeloze trap op en af. Zeven keer zag ik haar heen en weer rennen. Voor de laatste toegift is ze buiten adem maar op de tweede tree blijven zitten.

Gisteren gerepeteerd voor de kerstvoorstelling die we donderdag en zaterdag in Antwerpen, Carolus Borromeuskerk, gaan spelen.
En maandagavond in de Grote kerk van Naarden ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van onze Herman van Veen Foundation. Een decennium in de weer voor de Rechten van het Kind. Op die dag verschijnt dan “Medemens”, het boek dat ik schreef over 40 jaar onderweg voor mensen die het niet zo voor het kiezen hebben als wij.
De dag erna spelen we de kerstvoorstelling in het Duits in Bochum. Het blijft nog druk tot aan de kerstboom. Ga daarna zitten turen in de ballen.

Gisteravond was ik te gast bij Pauw en Witteman. Mocht reageren op “verwildering” en op wat ze lazen in “goeie genade” dat ze “hoogstpersoonlijk” noemden.
Vond dat niet eenvoudig. Schrijf om te bewaren en te delen. Schroom niet, iets dan maar ook te verhullen. Met het ouder worden zie ik daar meer en meer het nut van in.
Schrijf elke week voor een twintigtal Duitse kranten een stukje. Deze week sloot ik af met “De dood van mensen mag niet het verlies van hun geschiedenis betekenen.”

Ben op het ogenblik doende met het schrijven van “De rode draad – Utrecht, volgens mij” dat in maart gaat verschijnen. Heb me daarvoor moeten verdiepen in de geschiedenis van de stad Utrecht en daaruit wederom geleerd dat alles zich herhaalt. Het gaat maar door. Mensen maken blijkbaar steeds weer dezelfde vergissingen, misschien totdat ze zich dat realiseren.

Ga zondag naar AZ-Utrecht. Hoop dat dat net zo afloopt als destijds Ajax-Utrecht en dat ik mijn stem in vreugde kan laten donderen in die Alkmaarse burcht. D.O.S. zal zegevieren.

maandag 19 november 2007

Het zijn waarlijk drukke dagen. De CD “Nederlanders” ligt in de bakken. Inclusief haar bonus, “Utrechtse monologen”. Feestelijke release in Paradiso, Amsterdam. We speelden een miniconcertje met Erik van der Wurff, Edith Leerkes, Rob Winter (die van Marco Borsato) en ik. Ons debuut in deze toptempel. Hoor zojuist dat hij deze week tot Radio 1 en Radio 2 “CD van de week” is uitgeroepen. Elk uur kun je een liedje horen. Geweldig. Hij is binnengekomen op de 25e plaats in de CD Top 100 terwijl “Chapeau”, onze Franse DVD/CD voor de tweede week op de 2e plaats in de klassieke Top 15 staat. Het lijkt wel 1970.

“Goeie Genade”, de Nederlandse versie van “Lieber Himmel” (uitgeverij Gütersloher Verlagshaus), is nu ook te koop bij de erkende boekhandel en die van ons. Heb in dit boekje mijn goedgelovige bevindingen opgehangen aan een denkbeeldige waslijn. Van zinnen, zin en onzin, geïnspireerd door het enige boek dat mijn opa had. Een Statenbijbel. Dit boek is verschenen bij Uitgeverij Kok, Kampen. ISBN 978 90 435 1457 6. “Medemens”, het rijk geïllustreerde boek dat ik schreef ter gelegenheid van de verjaardag van de Herman van Veen Foundation, ligt bij de drukker. Verheug me op de drukproef.

Begin verleden week persconferentie in Hilversum ter aankondiging van de kerstvoorstelling die we gaan spelen in de Grote Kerk van Naarden. Spannend. Vond dat niet alleen maar makkelijk. Kan mijn Godsbeeld niet in woorden vatten. Het is een “weten”. Kan me gewoon niet voorstellen dat iets dan maar ook voorbij kan zijn. Schreef al als jonge man dat het enige dat blijft, verandering is. Zit soms met een mond vol tanden als ik dat in taal maar niet kan vangen. Dat ik dat kerstverhaal altijd maar wil vertellen, heeft vooral te maken met mijn herinneringen aan het kerstfeest thuis en omdat ik niet begrijp waarom de mensen maar niet willen leren van die vluchtelingen, die ook Jozef en Maria waren. Ook toen al waren grenzen dicht en bleven deuren gesloten.

Gistermiddag speelden Edith Leerkes, Rob Winter en ik, ter gelegenheid van de vernissage van een nieuwe tentoonstelling van mijn “oude” (schilder per slot van rekening pas zes jaar) en recente doeken in het idyllische stadje Landgraaf, iets ten noorden van Maastricht. Daar bevindt zich, in een wit huis, de Ipomal Galerie en Kunstuitleen, Charles Frehenstraat 5, 6374 EK Landgraaf. Tel: 045-5323619, ; contact: Ineke Paliska. Tot en met de kerst hangen daar 25 werken te pronken.

Donderdag speelden we de laatste van onze serie in de Arenberg in Antwerpen. De Vlaamse tournee zit er nu op. België staat op z’n kop. Niet vanwege ons vertrek, maar omdat de Vlamingen en de Walen helemaal niet meer door één deur willen. Dat dat mogelijk is, komt mijns inziens door de nieuwe Europese werkelijkheid. Het oogt natuurlijk. De grenzen wijken. Voegen zich in de beddingen van rivieren of de oude grenzen van de taal.

Morgen verschijnt op Harmonia Mundi “Etude F”, Edith Leerkes’ eerste solo-CD. De release vindt plaats in de Oude Kerk van Soest, waar zij een groot deel van haar composities zal uitvoeren.

Tussen dit alles door veel teevee en radio. Erg leuk om te doen. Veel reacties, soms ook van mensen van wie je jaren niets meer hebt gehoord. Zag van de week iemand op teevee die zei: “Hoe ouder de boom, hoe meer vruchten.” Nu maar hopen dat de herfsten in het verschiet geen vat krijgen op de stam die dit leven zo fascinerend maakt.

maandag 5 november 2007

Een teken

In de grote stad waar wij speelden was het al dagen hondenweer. Elke dag slofte ik tussen de pijpenstelen door met mijn viool op de rug van het hotel naar het nationale theater. Mijn suède zwarte stappers waren doorweekt. Kreeg ze niet meer droog. Had er zwarte voeten van. 
Toen het op de derde dag droog werd, ben ik op zoek gegaan naar een schoenenwinkel in de buurt van het theater. Kraag omhoog. Niet omdat het zo koud was, maar die heb ik altijd omhoog, omdat ik allergisch ben voor tocht. Heb heel snel nare oorpijn. Dat had mijn vader ook. Het enige dat helpt, is de hals warm houden. 
In een drukke straat komt met een glimlach een jongeman naar me toe. Ook met opgeslagen kraag. Hij tikt me op mijn schouder. Denk even dat het een fan is. Wacht op de vraag: “Mijn moeder houdt van uw liedjes, kunt u misschien, heeft u iets om te schrijven...” Maar nee, hij zegt dat hij lief voor mij wil zijn en dat het niet veel hoeft te kosten. Hij weet wel en duidt naar het hotel aan de overkant, een aangename dagkamer. Ik sta versteld, wist niet wat te zeggen. De jongeman was er vast van overtuigd, dat hij iets had waar ik naar op zoek was. 
“Ik zoek een schoenenwinkel,” zei ik. “Kijk de mijne zijn door en door nat.” De jongeman glimlachte, legde zijn hand op mijn arm. Iets in zijn blik drukte teleurstelling uit of angst. “Nee dank je,” zei ik zoals op een markt als iemand je nog een paar sokken wil verkopen. De jongeman verontschuldigde zich. Zijn blikken zochten alweer een andere prooi.
Een vreemde ervaring. Had het er warm van gekregen. Schuilde de schoenenwinkel in en kon van binnenuit over de schoenen in de etalage zien dat er tussen de voorbijgangers meerdere mannen liepen met hun kraag omhoog. Daar aan de overkant bij die containers stond nog zo’n jongenman, als John Travolta in Grease, in het teken van de kraag.
In de schoenenwinkel verkochten ze ook shawls.

maandag 5 november 2007

We zagen de wilgen

Het is zaterdagochtend negen uur. Een waterig zonnetje strooit een weelderig licht op de gekleurde oude herfstbomen rondom ons huis. Zestien mannen en vrouwen wachten. Zaag in de aanslag op de dingen die om mogen. De knotploeg. Natuur vrijwilligers die boeren en buitenlui met geslepen gereedschap bijstaan de wilgen te snoeien. Wilgen die in de weg staan of zomaar omdat het mooi is of omdat ze dood zijn, dor, kreupel of scheef.

De jongste knotter is, schat ik, elf. De oudste in de buurt van de zeventig. Iets meer mannen dan vrouwen. We verdelen ons in drie groepen. De eerste pakken de fors verwilderde wilgen langs de schapenwei aan. Ze mogen allemaal tot op het bot om. Knie hoge stammen dienen te blijven staan, zodat de schapen zich kunnen schuren als ze jeuk hebben of hun wol kwijt willen.

Nadat ik een en ander heb uitgelegd, stappen wat mannen over het gaas en zagen zwijgend, dat wat in jaren is gegroeid, in een zucht om. Volleerd, volmaakt zie ik hoe, als ik omkijk de eerste dikke takken geveld worden.

Voordat ik de vrouwen ook maar heb kunnen uitleggen, dat ik die tweehonderd meter lange sloot aan die kant wilgvrij zou wensen, hebben de knotters achter ons al bijna de helft om van wat ik inschatte een klus van dagen te zijn.

Zachtjes pratend zagen en knippen de vrouwen zich nu een weg langs de drassige slootkant. Terwijl ik met mijn team aan de dode wilgen bij wat wij het spoorbos noemen, begin. Een uur later is de helft van het werk gedaan. Zeventien mensen, honderdvijftig wilgen geknipt en geschoren. Takkenbossen keurig opgestapeld met de dikke delen naar het westen. Koffie, anekdotes, mouwen worden opgestroopt . Noest wordt er verder gezaagd. Anderhalf uur later zijn we klaar. Ons land ademt weer uitzicht. Dode taken wachten. Op de egels, de torren en het gedierte. Schimmels verheugen zich, mossen zetten zich in gang. Twijgen genoeg om schuttingen te rijgen. Staken voor het steunen van de jonge aanplant. Takken in de knop in overvloed voor de herten en de schapen om te knabbelen. Dikke stammen in de wallen. We lopen met elkaar nog een rondje over het land. Schudden elkaar de hand en beloven plechtig volgend jaar weer alles om te zagen. Ben de koning te rijk met zo’n knotploeg.

’s Avonds voor de TV met pijnlijke schouders en dikke handen zit ik nog te grinniken om zoveel zaagliefde.

maandag 29 oktober 2007

Chimpansee

Een bioloog vertelde van een vogel die in de kooi van een stel chimpansees tegen een ruit was gevlogen en daarna bewegingsloos op de grond bleef liggen. Eén van die apen heeft de vogel opgeraapt, is voorzichtig met het beestje in zijn nep-klimboom geklommen en heeft toen de vogel, nadat hij zijn vleugels met zijn lenige handen uiterst zorgvuldig had gespreid, op de allerhoogste tak gelegd en is gaan zitten wachten totdat de vogel weg vloog.

“Chimpansees,” zo vertelde de bioloog, “slaan soms een maaltijd over. Geven hun voedsel dan aan kleine of zieke dieren."
Een jonge chimpansee laat oudere chimpansees altijd voorgaan. Chimpansees zijn ongekend sociaal.

Het is onmenselijk.

vrijdag 26 oktober 2007

Schrijver

Er was een begrafenis op TV. Een teraardebestelling van een schrijver, wiens boeken wij vroeger op school moesten lezen. Lyrisch realisme. Verhalen over gewone mensen die merkwaardige dingen doen. Over de natuur. Wat daar krioelt en groeit. Het wonder van de evolutie. Onthullende verhalen. Wars van schaamte.

Familie, vrienden en genodigden luisterden naar de woorden van familie, vrienden en genodigden. Terwijl de schrijver lag te wachten op het vuur.

Tussen de gezichten in de aula zag ik er een paar van bevriende schrijvers van de schrijver. Net zo oud of ouder nog dan hij. Door de tijd getroffen, of moet ik zeggen: aangedaan? Ineengedoken achter schouders. In hun gezichten verdriet, weemoed over wat geweest is?
Over wat te wachten staat? Familie, vrienden en genodigden die spreken voor familie, vrienden en genodigden in andere aula’s, op andere begraafplaatsen, in andere steden. In nog niet zo ver verleden toekomst.

Met de dood van de schrijver is er ook iets van ons verloren. Iets van Holland. Iets van wat we waren. We nooit meer zullen zijn.

Wist ik, toen ik keek naar die begrafenis op de tv.