maandag 21 juni 2010

Eindexamen

De dochter van onze buurvrouw Barbara heeft net eindexamen gedaan.

Vanavond is er een feest bij haar op school.

Ze heeft, zoals haar moeder zegt,

een Sissi-jurk gehuurd.

“Maar weet je dan al of je geslaagd bent?” vraag ik.

“Nee, dat hoor ik morgen.”

“Maar wat als je zakt?”

“Wel, dan heb ik in ieder geval al feest gevierd.”


Zo’n eindexamen is natuurlijk nonsens.

Als iemand weet of een leerling met goed gevolg zijn opleiding heeft afgerond,

dan zijn het haar of zijn leraren.

Die hebben immers dat kind al die tijd van nabij meegemaakt.

Wat zeggen goed geplaatste kruisjes, parate kennis, of weet-dingen

over de karaktervorming en het vermogen tot zelfstandig denken

nu helemaal over zo’n scholier?

Hoe kun je in een paar uur een compleet beeld krijgen

van een periode die vijf of zes jaar heeft beslagen?

De toevalsfactor is te groot

zodat er mijns inziens van een rechtvaardige beoordeling

helemaal geen sprake kan zijn.

Dat vond ik al toen ik destijds gezakt was.

Voor mijn toelatingsexamen voor het Montessorilyceum te Zeist.


Verleden week mocht ik een workshop geven

op het Koninklijk Conservatorium te Den Haag.

Vier dagen was ik in de weer

met artistiek hoogbegaafde middelbare scholieren.

Daar was een jongen bij, die je eenzelvig kunt noemen.

Nooit wist hij hoe laat het was,

maar hij was altijd perfect op tijd

om goddelijk te spelen.

Is hij niet van harte welkom in ons groot orkest?

vrijdag 18 juni 2010

De vijfde dag


Le rêve d'Herman


Het stuk waarmee wij sinds afgelopen maandag bezig zijn, vertelt het verhaal van Margot Fonteyn; wereldberoemde sterdanseres bekend om haar enorme talent en lange carrière; Maar dit verhaal is vooral een verhaal over een vrouw, met al haar kwaliteiten en kwaaltjes, mankementen, haar herinneringen en frustraties, haar woede, en ook soms haar pretentieuze en onrechtvaardige kanten... het is niet de perfecte vrouw die je je zou of zou willen voorstellen.




Maar wat weten wij in feite over de intimiteit van Margot? Wat weten wij in werkelijkheid over de intimiteit van de mensen die wij bewonderen en die tot onze geschiedenis behoren? Hun dromen? Wat gebeurt er in hun huiskamer als de deuren eenmaal voor het publiek gesloten zijn?

Heb je het recht te beweren dat de voorstelling over het leven van Margot Fonteyn, die wij aan voorbereiden zijn, de waarheid is?




Op het moment worden er steeds meer films die je "biopic" (biografische films) zou kunnen noemen, in onze bioscopen vertoond. Wij hebben de mogelijkheid nu, om op het grote scherm te kijken, wat aan ons wordt uitgelegd en gepresenteerd als  "een trouwe reproductie van het leven van die of die belangrijke persoon in onze geschiedenis".

Persoonlijk hou ik altijd een foute en storende nasmaak aan deze films over.




Herman van Veen heeft eenvoudigweg besloten om de schijnbare onsamenhangendheid van zijn dromen te vertrouwen, gedachten die hem door zijn werk als schrijver en regisseur leiden. Vooral diegene die hij “in de ochtend heeft” zegt hij, diegene tussen slaap en wakker worden, als het ochtendgloren het puntje van zijn neus raakt.




Het stuk "Juliette" is natuurlijk getrouw aan concrete feiten van de geschiedenis van Margot, degene die wij kennen en datgene wat wij in de boeken die over haar leven vertellen, kunnen lezen. Zijn versie is een gedicht, een authentieke fabel die niet de waarheid belooft. Eerlijker dan de meeste biografische films of theatervoorstellingen die ik daarnet benoemde en die ons misleiden door het vastleggen van een foute waarheid in onze geest.




Je herkent de Kunst en waarachtige artiesten aan de manier waarop zij het leven goddelijker maken, hun aard om de confrontatie met hun eigen gevoelens over het werk dat zij aan het creëren zijn aan te gaan. Het is "zijn Margot" die Herman ons voorstelt om te ontdekken. In Juliette nemen wij in zekere zin afstand van het echte leven van Margot, en toch raken wij iets authentieks, iets groters en diepers aan... Het gevoel! Gevoelens zijn universeel en van ons allemaal.

Herman droomde over Margot Fonteyn tussen wakker worden en opstaan. Hij nodigt ons uit dat met ons te delen. 




Angel Liegent

uit het Frans vertaald door Lilja Hermannsdóttir

donderdag 17 juni 2010

De vierde dag

Vandaag gemeten en gepast.

De broeken, jurken, bloesjes.

Het jasje van de postbode, zijn pet is nog te krap.

Hoe daarna beelden kunnen veranderen.

Het stuk valt in zijn tijd.

Ergens in de zestiger jaren.

Margot Fonteyn woont in een ruim appartement

in een stille Parijse straat.

Haar huis een komen en gaan

van mensen die haar aan het hart gaan.


Het wordt moeilijker om patronen te veranderen

omdat de acteurs hun woorden

in stappen en handeling vinden.

Verander je een looplijn

dan daarmee ook de betekenis.

Het voorzichtige proces van “denk je niet dat”,

“misschien kun je zo ervoor zorgen,

dat geen ruimte onbewust blijft.”

Drie van de vier acteurs zijn dansers,

en die dat niet is, had een danser kunnen zijn.

We gaan dus snel.

Dans, en het maken van muziek is vaak zoveel concreter dan acteren.

Zeg ik: “Kijk op twaalf uur” dan krijg ik altijd twaalf uur.

“Loop naar zes uur” dan vind ik de speler midden voor op het toneel.

De klok is praktisch.

Tennissers doen dat ook.

Je serveert op één uur.

De mooiste serve, niet mogelijk terug te slaan,

is als je de bal op negen uur precies over het net kunt meppen,

onbereikbaar.


Voor zover.

Tot morgen.


Herman van Veen



BIJ DE FOTO'S:

van boven naar beneden



Angel, mijn regie-assistent

praat met de engel uit het stuk,

Michel Voletti

over op welk moment het beste

het jasje uit te doen

nadat de pet is neergelegd.



Lilja Hermannsdóttir,

vlak voordat ze zegt

na een wat wonderlijk telefoontje:

"Stuur zo iemand licht,

veel licht."

Vind dat een goed idee.



Gaëtane Bouchez met Erke Roosen.

Wie ziet wie?

En is de schoonste van het land?



Lilja die zich afvraagt

hoe de man met wie ze nu al zo lang correspondeert

eruit zal zien?



Michel die vastgesteld heeft:

mijn pet is nog te klein.

woensdag 16 juni 2010

De derde dag

Er zijn momenten tijdens de repetities,

dan denk je: ik zeg het af.

Hier kom ik nooit meer uit.

En dan maar even later

zou je willen dat iedereen het zag.

Zo mooi.

De dingen voegen zich,

vooral als de spelers in staat zijn

“het” te laten gebeuren.

Dan zeggen de zinnen zichzelf

in dit wonderlijk verhaal.








Het leven van Margot Fonteyn leest

als de sprookjes die ze danste.

En gaat in wezen elk sprookje niet over:

Er was eens een meisje

en zij ontmoette een jongen,

en toen kwam er een andere jongen,

en een ander meisje.

En dan iemand uit de duisternis

of uit verblindend licht.









Michel, die de engel speelt,

en een tas vol namen heeft

van mensen die hij op moet halen,

doet het zo, dat je hem in dit stuk

telkens graag weer ziet.

En kijkt hij je aan

dan denk je: hij komt toch niet voor mij?

Bij het zien van Gaëtane lijkt het soms

alsof Margot Fonteyn nooit gestorven is.








Dansers spreken eenzelfde blijkbaar tijdloze taal.

Een blik, een gebaar, spreekt,

zoals het spreekwoord zegt, boekdelen.

Als Erke Roosen, die Juliëtte danst en speelt,

alleen maar zit en naar de gebeurtenissen kijkt,

kan ik niet ophouden naar haar te kijken.

Lilja Hermannsdóttir speelt de lichtjes op de dingen.

Heb vier kaarten.

Ruiten, harten, schoppen, klaveren.

Trek de joker.

Het doek gaat dicht.

Iemand zegt: “Tot ziens.”

dinsdag 15 juni 2010

Dag 2

Zojuist een eerste doorloop gespeeld.

Wonderbaarlijk te zien

hoe letters woorden zinnen

ineens mensen kunnen worden.

De engel een kerstman die wel wat op Charlie Chaplin lijkt,

Juliette, die een gedachte is, van vlees en bloed wordt,

Charlotte, de steun en toeverlaat van Margot,

zich zo verheugen kan op iemand die ze alleen kent

van brieven schrijven,

Gaëtane, die vervloekt veel op Margot lijkt,

parallelle levens.

Heb met een dikke strot zitten kijken.


Er is nu ineens veel tijd voor details,

stiltes, hoogmoed hoger, hard harder,

snel sneller, pijn pijnlijker, vreugde vreugdevoller.

Zal ook vannacht weer liggen draaien

en morgen nóg vroeger wakker worden

omdat ik niks wil missen

van het bijzondere proces

dat ‘theater maken’ heet

waarmee we u in zalen willen lokken.


Dit is wat Rita schreef over al verleden week.


Herman van Veen


===


Donderdagochtend, vroeg. Ik word wakker gebeld en vraag me verdwaasd af hoe laat het is en wat er aan de hand is. Dan de vraag. Of ik met spoed wil invallen in een voorstelling van Herman van Veen. Ja! Ik spring uit bed en haast me naar het conservatorium in Den Haag voor de eerste repetitie. In het project, een voorstelling over het leven van de beroemde danseres Margot Fonteyn, zal ik een voor mij nog onbekend Frans lied vertolken.

Maandagochtend, wederom vroeg. Ik loop de zaal in waar ik twee weken eerder met vlag en wimpel ben afgestudeerd. Nu is de zaal gevuld met jongeren van de School voor Jong Talent van het Haags Conservatorium, zeer getalenteerde kids die afwachtend zitten te kijken naar het podium. Want daar staat hij. De Man Met De Stem. Een stem waar ik als kind avond aan avond naar luisterde tijdens het slapengaan. 

Herman van Veen loopt bedachtzaam en met licht ongeduld over het podium. Hij wil beginnen, maar de piano moet nog gestemd worden. We hebben niet veel tijd; in twee dagen moet een volledige voorstelling worden gemaakt, die op de avonden erna meteen uitgevoerd gaat worden. Hij vertelt ons over "kijken met je oren en luisteren met je ogen", en zonder al te veel uitleg nodigt hij ons uit op het podium. Hij bedenkt meteen het begin van de voorstelling, en laat het ons vaak herhalen "het kunnen herhalen, is waar dit vak uit bestaat". Even later komt de trompettist uit het ensemble binnen, hij is te laat. "Geeft niets" zegt Herman, "maar dan kom je ook te laat in de voorstelling". Vanaf nu gebruikt de jongen de scène waar wij zijn als cue om achteloos uit het publiek met zijn trompet te voorschijn te komen. "Humor ontstaat vaak uit foutjes", ik had Herman van Veen dit al eerder horen zeggen, maar nu pas kon ik het begrijpen. 

Zo maakte Herman stap voor stap de voorstelling met ons. 's Middags, na de pauze, was het eindelijk tijd voor mijn halsoverkop ingestudeerde lied. Ik was zenuwachtig om voor Meneer van Veen te zingen, maar na afloop van Léo Ferré's prachtige Tu Ne Dis Jamais Rien kreeg ik een handkus en warme woorden. Om verlegen van te worden. 

Het was een geweldige belevenis om van iemand te leren met zoveel passie en ervaring in het theatervak. Ik heb veel van hem geleerd over voordracht, maar ook over het maken van een theatervoorstelling en het samenwerken met je medespelers. Doordat hij alle dansers en muzikanten met zoveel liefde en charme begeleidde kregen zij de mogelijkheid en ruimte om zich kwetsbaar op te stellen en daarmee hun artisticiteit te  vergroten. Herman kijkt naar de danser of muzikant, en met wat hij ziet spoort hij hen aan nét iets verder te gaan dan ze zelf zouden doen. Hij laat hen geen dingen spelen die van buitenaf zijn opgelegd, maar versterkt iets wat al in de persoon zelf zit. Het resultaat mocht er zijn; tijdens het werkproces en de uitvoeringen was de concentratie hoog en de collectieve liefde voor het vak overweldigend.

Na afloop van de voorstelling was ook Herman van Veen zichtbaar ontroerd. Hij sloot af met de woorden: "dit betekent hoop", waarmee hij als ervaren theatermaker ons als nieuwe generatie een groots vertrouwen heeft geschonken. En dat voelt goed, heel goed. 


Rita Zipora (1987) is net afgestudeerd als zangeres aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Zij mocht meespelen in "Margot", een theatervoorstelling van Herman van Veen gemaakt met studenten van de School voor Jong Talent aan het Haags conservatorium.

maandag 14 juni 2010

De eerste dag

Als ons stuk “Juliette” wordt als het weer vandaag, dan wordt het prachtig. “Juliette” is een muziektheatervoorstelling, en wil een ode zijn aan Margot Fonteyn.


Een engel verschijnt om iemand op te halen. Hij ontmoet de ballerina Margot Fonteyn. Ze werkt in Parijs en woont er naast haar assistente Charlotte. Margot is getrouwd met een Panamese bon vivant, verliefd op een bewonderaar, heeft een zielsverwantschap met Rudolf Nureyev, de beroemdste danser van zijn tijd. De vraag is: voor wie komt de engel?


Margot Fonteyn wordt gespeeld door Gaëtane Bouchez-Van Veen, dat is geen toeval. Ik schreef het voor haar, die als geen ander weet wat het is om te stoppen met dansen, wat het is om keuzes te maken “Familie of”/”Familie én” carrière.


De engel wordt vertolkt door Michel Voletti, een Franse acteur die de meeste mensen wel zullen herkennen van het witte doek en/of televisieseries, maar niet meer precies weten uit welke ook alweer.


Lilja Hermannsdóttir, die vroeger met mij Alfred Jodocus Kwak speelde, en zo prachtig was in “Chopin, chanson de Daniel”, speelt Charlotte, Margot’s steun en toeverlaat.


Erke Roosen danst en speelt Juliette. Haar heb ik leren kennen tijdens de ook voor mij boeiende en leerzame workshop die ik verleden week mocht geven op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.


Mijn regie-assistente is Angel Liegent, mijn assistente Tiziana Benguerbi die dat ook was op mijn verjaardag in Carré.


Vanochtend zijn we vooral bezig geweest met het maken van geluidsopnamen die tijdens onze voorstelling worden ingespeeld en het in elkaar zetten van de proloog.


De lunch is vandaag wat langer in verband met Nederland-Denemarken.


Daarna aan de slag met Acte 1.


Ik laat u weten.


Herman van Veen

maandag 14 juni 2010

Vraagt u mij

Vraagt u mij: ‘Wat is een Nederlander?’,

dan kan ik dat niet beantwoorden.

Dat komt omdat ik er zelf een ben.

Alleen een buitenlander kan iets over mijn aard zeggen,

doodeenvoudig, omdat hij anders is.

Een niet-verwante dode Nederlandse schrijver hield,

zo las ik,

eens een lezing over het Zwitserse volkskarakter in Hinterschmidrütti,

niet ver van Zürich.

Hij wist meer van de Zwitsers dan de Zwitser zelf.

Zijn gelijk werd bewezen

omdat hij door de luisteraars aan het eind van zijn speech

van een berg in een ravijn werd gesmeten.

Dit overkwam ook de Duitse filosoof Heinrich Kopfstein

die ooit in Amsterdam was uitgenodigd

om voor een publiek van historici te komen praten over Nederlanders.

Hij werd na zijn redevoering in de Amstel gegooid

en is nooit meer terug gevonden.


Denk nu aan een lijfspreuk van mijn vader:

‘Hier ligt Jan. Hij kwam van rechts. Hij had gelijk.’


Er waren in Nederland nooit ‘volksmenners’

omdat er aan gemeenschappelijke gevoelens

geen appel kon worden gedaan.

Zo’n figuur zou in het recente verleden

voor louter verbaasde gezichten

hebben staan preken.

Mensen zouden zich hebben afgevraagd:

‘Hoe komt die man daar op mijn plaats te staan’?

Onze werkelijkheid is sinds de jongste verkiezing in Nederland

feitelijk anders geworden.

Wij zijn voor een belangrijk deel niet meer onszelf.

Onaangenaam verrast omdat aanhoudende motregen

het zicht van velen blijkbaar heeft beslagen.


Zijn veel van onze Nederlanders anders geworden?

Kan ik daar nu iets over zeggen?

maandag 7 juni 2010

Voordat ik zag

Het Utrechts Studentenkoor en Orkest wordt dit jaar 65.

Ter gelegenheid van deze heuglijke gebeurtenis

mocht ik een tekst schrijven over noodlot en triomf.

De Nederlandse componist Douwe Eisenga werd uitgenodigd

daarop muziek te componeren.

Gister zat ik op een warme juni namiddag

bij de avant première in de Brigidakerk te Geldrop nieuwsgierig

op de stijve banken van dat religieuze huis.

Mensen in zomerkleren luisterden en keken

naar wel honderdtwintig jonge mensen

die met verve zongen en speelden.

Na het wonderschone Schicksal van Johannes Brahms was,

‘Voordat ik zag’ aan de orde

een werk voor koor en orkest.

Met de tekst heb ik proberen te zeggen

dat je het God niet kwalijk kunt nemen

als je leven in het honderd loopt.

God lost niks op bij wat er ook gebeurt.

Ze zegt geen woord,

ze zwijgt met zonlicht,

regen, vuur en wind

opdat jij zult geschieden.

Prachtig vond ik het.

Sereen, zo helder als water uit de kraan.

Al die jonge mensen, die met elkaar

onder leiding van de bezielende Gilles Michels

op Douwe Eisenga’s post-minimalistische klanken

mij tot diep in mijn botten wisten te raken.

Donderdagavond beleeft ‘Voordat ik zag’

haar wereldpremière in het Concertgebouw te Amsterdam.

Ga dat horen!

maandag 31 mei 2010

Van het lieve en het boze

Dit is mijn colbert

met mijn pas

in de binnenzak

en de pen

waarmee ik brieven schijf.


Dit is de riem

waarmee ik mijn broek

ophoud sinds de

heupen wat voller zijn.


Dit de schoenen

die ik kocht\

in Chemnitz

waarvan

ik blaren op mijn hielen heb.


Dit is mijn tas

waarin het etuitje

met mijn tandenborstel

en de pasta.


De kam,

de deo,

het ondergoed

dat ik gisteren droeg,

het witte hemd.


Mijn notitieboek,

wat mails

die ik zou moeten lezen,

wat krantenknipsels

over wat ik niet vergeten wil.


Dit is het boek

dat ik lees.

Ben op bladzijde 275,

daar waar het rode

lintje zit.


Dit is mijn viool,

mijn strijkstokken

waarachter foto’s

van dierbaren.


Dat zijn

reservesnaren

en hars,

dat is een sodino

zodat ik zachtjes

spelen kan

op hotelkamers.


Dit is het horloge

dat ik kreeg

van Edith

toen in Wenen.


Dit is geen bloed

onder mijn nagels.

De ringen zijn wat rood.

Dat komt van het schilderen.


Ben in de weer

met een groot doek

dat vóór 3 juli

klaar moet zijn.


Dit zijn mijn creditcards

en rijbewijs,

220 Euro

voor je weet maar nooit.


Mijn instapkaart.

dinsdag 25 mei 2010

Weggetjes

Tussen de schemerlamp en het plafond

heeft een spinnetje onopgemerkt

een paar weggetjes van glimmende draden geweven.

Draden die je alleen kunt zien

als je de glazen deur naar de gang

op een bedachtzame manier open doet.

Niet te langzaam, niet te snel,

misschien wat aarzelend,

alsof je niet weet

of je naar binnen of naar buiten wilt gaan.

Iets dat mij overigens

vaker en vaker overkomt.

Mooi, want anders

had ik die ragfijne draden niet gezien.

Ze trillen wat.

Dat komt omdat ik zojuist 

de tekening die mijn kleinzoon

op school voor mij gemaakt heeft,

op een stapel boeken heb gelegd,

waardoor de lucht bewoog.

De spinnenweggetjes

zijn verbluffend lang.

Het plafond is zeker vier meter hoog.

Dat dat beestje dat allemaal in zich heeft...

IJverig klautert het naar boven en beneden, 

alsof het niet weet

waarom ook alweer.

‘Waar kijk je naar?’ vraagt mijn vrouw

die haar man geconcentreerd naar niets ziet staren.

‘Ik wist niet

of ik naar binnen of naar buiten wilde gaan

en toen zag ik

die weggetjes.’