Het klimaat, zo zijn wetenschappers het eens,
kan op hol slaan,
bijvoorbeeld als de oceanen te zuur worden,
de warme Golfstroom stopt,
er te weinig ijs is om zonlicht te weerkaatsten
of als er methaan vrijkomt uit de zeebodem
en permafrost
(dat is grond die meer dan twee opeenvolgende jaren bevroren blijft).
Maar waar eindigt die verandering?
Daar is grote onenigheid over.
Wetenschappers tuimelen over elkaar.
Klimaatmodellen worden steeds minder betrouwbaar
naarmate je verder van de huidige situatie af komt.
Het ultieme doemscenario is de planeet Venus.
Op het niveau van chemische elementen
is Venus een zusje van de Aarde, ongeveer hetzelfde.
Maar door een andere samenstelling van de atmosfeer
is Venus een inferno, een crematorium, een oven.
Dankzij een aanvankelijk miniem temperatuurverschil met de Aarde
is er veel waterdamp in de atmosfeer terecht gekomen.
Daardoor is de planeet ‘snel’ opgewarmd,
terwijl er waterdamp aan de zwaartekracht ontsnapte
en in de ruimte verdween.
Er zijn knappe koppen die denken dat de Aarde zo kan eindigen,
maar ze zijn in de minderheid.
Ze weten gewoon te weinig om er iets zinnigs over te zeggen.
Terwijl ik dit zo lees denk ik aan die begrafenisstoet in Utrecht.
Ik was een jaar of vijf.
1951, vier zwarte paarden met oogkleppen op
trokken een lage platte wagen
waarop een doodskist lag bedekt met bossen witte bloemen.
Erachter liepen de rouwenden met zwarte jassen en hoeden.
Een huisvrouw kwam naar buiten
en goot een giftig dampend goedje uit een emmer in de goot.
De paarden schrokken, steigerden
en gingen er in vliegend galop vandoor.
De lijkkist kiepte op straat.
Pas op het Janskerkhof wist men de op hol geslagen dieren
tot rust te brengen.
Niemand raakte gewond.
Behalve de dode.
Hij brak een been.
Heb geen idee wat het een nu
met het ander te maken heeft.